vrijdag 7 december 2012

Wie braaf is krijgt lekkers

Sinterklaas is terug naar huis. Tot gisteren moesten we braaf zijn, althans indien we de hoop koesterden een geschenk van hem te krijgen. Vandaag kunnen we de riem wat losser trekken.

Rik Torfs vroeg het zich af in De Standaard van donderdag 6 december, wat het betekent om braaf te zijn, om je behoorlijk te gedragen.
Voor een kind gaat het om goede tafelmanieren of maat houden bij het sarren van broertjes en zusjes. Voor iets ouderen is het zaak de medemens zo niet te helpen dan toch te ontzien, gezagsdragers met argwaan te bejegenen en de herauten van de waarheid als beunhazen te ontmaskeren.
Zoals Rik Torfs het beschrijft is braaf zijn plezanter haast dan stout.

Ondanks deze vaststelling zijn er genoeg mensen die Sinterklaas al lang in een doos naar de kelder hebben afgevoerd. Ze verkiezen nuchterheid, realisme. Met plezier ontmaskert Torfs deze houdingen.
Wat voor nuchterheid doorgaat, is vaak het begraven van de droom, het fnuiken van al te hoge verwachtingen, waardoor mensen nog voor ze oud zijn een vreselijke eigenschap ontwikkelen: realisme. Realisme geeft iemand het recht om zich neer te leggen bij een onbevredigende werkelijkheid die er mits een beetje meer vuur en verbeeldingskracht compleet anders uit kon zien.
Sinterklaas is terug naar huis. Maar hij heeft ons vandaag een sneeuwtapijt cadeau gedaan. Ik wed erop dat die sneeuw voor onze nuchtere en realistische medeburger een voldoende reden is om niet blij te zijn. Hopelijk blijft hij zich wel behoorlijk gedragen.


Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

maandag 26 november 2012

Artikel 10

 'De Belgen zijn gelijk voor de wet.' Zo staat het in artikel 10 van de grondwet. Het is waarschijnlijk een van de weinige stukjes wetgeving dat door elke Belg gekend is.

Gert Van der biesen is juridisch adviseur in de Senaat en praktijkassistent aan de Universiteit Hasselt. Hij schrijft al enkele maanden een column in De Juristenkrant over de 'wondere wereld van de wetgevingstechniek'.

Het lijkt een saai onderwerp, maar dat is het niet. Goed gemaakte wetgeving is duidelijk en verstaanbaar, in ondubbelzinnige taal gegoten, zeer bruikbaar voor wie ze nodig heeft.

Van der biesen schrijft bovendien in een heerlijk gezwollen taal, een beetje plechtstatige barok die wel past bij het serieux van het thema. Over artikel 10 ook. In De Juristenkrant van 21 november.
Zeven woorden. Soberheid. Ingetogenheid. Artikel 10 is méér dan de wereld, het is de kosmische ruimte. Middels het gelijkheidsbeginsel legt het Grondwettelijk Hof de hele wetgeving over de knie. Onzuivere formuleringen, clandestiene delegaties, retroactieve wetten, artikel 10 sabelt ze stijlvol neer. Waar de onvolprezen handleiding voor de wetgevingstechniek zich al te vaak de zachte melktandjes stukbijt, klaart artikel 10 kordaat de klus. Het Belgische normenbestand heeft een zelfreinigend vermogen ontwikkeld en het heet artikel 10.

Artikel 10 van de Grondwet is de American dream in wettenland. Afkomstig uit de wetgevingstechnisch kansarme probleemwijk die de grondwet is, knokte het zich een weg omhoog, tot diep in de legistieke heldengalerij.
Goede wetten zijn kort en duidelijk. Schrijven over goede wetten mag met lyrische uitweidingen.


Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

woensdag 21 november 2012

De economie is te dominant

In De Tijd van zaterdag 17 november staat een heerlijk interview met Gerard Mortier, nog tot 2015 de algemeen directeur (de intendant) van de opera van Madrid. Hij zegt:
De harmonie in onze westerse samenleving is gebaseerd op drie systemen: politiek, economie en cultuur. Die harmonie is helemaal zoek omdat de economie te dominant is.
Mortier weet waarover hij spreekt. Hij staat met zijn twee benen volop in de dagelijkse praktijk van het leiden van een operahuis op Europees niveau in Spanje, wat hem dus spreekrecht geeft over zaken als financieren en subsidiëren, economie, cultuur en politiek. In een land waar de crisis ongemeen hard toeslaat.
De crisis biedt ook voordelen, zegt Mortier.
Ze verplicht ons na te denken over de waarden van de economie. Is geld verdienen nog het enige doel in onze samenleving? Is geld gebruiken om meer geld te maken wel verstandig?
Wat kan de rol van kunst nog zijn vandaag? Mortier:
De kunst zal de wereld niet veranderen, maar ze wijst de mensen er wel op waar we ons bevinden.
Het werkt hem ook de heupen dat cultuur door politiek en economie beschouwd wordt als een aanhangsel.
Een autosnelweg bouwen noemt men een uitgave. Investeren in cultuur noemt men subsidie. Waarom? Men wil toch niet beweren dat autowegen belangrijker zijn dan cultuur?



Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

zondag 11 november 2012

Bomen

In de maand november moeten we ze wel zien staan, de bomen. In andere jaargetijden zijn ze niet zo opvallend. Maar vandaag kunnen ze hun overvloed aan bladeren en kleuren rond en om verspreiden en toch nog voldoende pracht in hun kruin laten schitteren. Elk pad en grasperk is als een spiegel, een uitnodiging om het hoofd omhoog te richten.

Hermann Hesse is een Duitse schrijver. Hij ontving in 1946 de Nobelprijs voor literatuur. Hij schreef over bomen:
They struggle with all the force of their lives for one thing only: to fulfill themselves according to their own laws, to build up their own form, to represent themselves. Nothing is holier, nothing is more exemplary than a beautiful, strong tree. (...)

Trees are sanctuaries. Whoever knows how to speak to them, whoever knows how to listen to them, can learn the truth. They do not preach learning and precepts, they preach, undeterred by particulars, the ancient law of life.

A tree says: A kernel is hidden in me, a spark, a thought, I am life from eternal life. The attempt and the risk that the eternal mother took with me is unique, unique the form and veins of my skin, unique the smallest play of leaves in my branches and the smallest scar on my bark. I was made to form and reveal the eternal in my smallest special detail.

A tree says: My strength is trust. I know nothing about my fathers, I know nothing about the thousand children that every year spring out of me. I live out the secret of my seed to the very end, and I care for nothing else. I trust that God is in me. I trust that my labor is holy. Out of this trust I live.
Bron: Brainpickings


Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

woensdag 31 oktober 2012

Competitiviteit

Het is een woord dat lange tijd nauwelijks nog te vinden was op de economische bladzijden van mijn krant. Maar sedert het desastreuze nieuws over de sluiting van de Ford fabriek in Genk krijgt het weer veel aandacht.

Het is een vervelend woord, in meerdere opzichten. Kan u het vlot uitspreken? Er is wat oefening voor nodig. Of probeer het eens te schrijven...   je voelt zo dat teveel dezelfde letters mekaar in de weg lopen.

Ik was blij dat ik het zoveel jaren niet meer ontmoet had. De hernieuwde kennismaking begon dus met veel nieuwsgierigheid en oprechte aandacht. Maar vrij snel sloeg een rotte geur me in het gezicht. Ik wist weer waarom het woord uit de krantenkolommen verdwenen was. Zolang er over een economische crisis alleen in geschiedenisboeken gesproken wordt hebben we het woord immers niet nodig.

Nu heeft de geschiedenis ons weer ingehaald - te vaak koesteren we de misvatting dat ze definitief achter ons ligt. Macht en geld zijn een onuitputtelijke bron van weerkerende moeilijkheden.

Competitie. Ik dacht dat we dit beestje weg-gekanaliseerd hadden naar de sport. Doorgaans stoort het niet in die omgeving. Nou ja, zolang er geen beroep van gemaakt wordt zoals in de wielrennerij.

Ik had begrepen dat we op een hogere trap van civilisatie geraakt waren door de competitie voor het overige uit ons dagelijkse doen te verwijderen. Geen competitie meer op de school, geen competitie meer op het werk. Het leidt immers nergens toe en brengt ons alleen maar 'kweddelen'.

Niet dus. Als mensen het moeilijk krijgen gaat het laagje civilisatie snel verbrokkelen. En duikt het woord competitiviteit weer op, alsof redding alleen mogelijk is via een hernieuwd 'ieder voor zich'.

Ondernemingen, en landen, moeten weer competitief worden. Samenwerken is voor tijdens de goede dagen, nu mag het weer competitie zijn.

Hoe die competitiviteit begrepen moet worden is nog vaag. Maar een goede verstaander heeft maar een half woord nodig. Goedkoper. Sorry voor degenen die het nog wat verborgen wilden houden. Maar competitiviteit heeft alles te maken met goedkoper zijn. Belastingen moeten omlaag, sociale zekerheidsuitgaven ook, en de lonen van de werknemers natuurlijk. U wist het misschien nog niet, maar uw loon is te hoog. Gelieve niet te vergeten dat u ook verwacht wordt om ondertussen zoveel mogelijk te consumeren.

Ik denk dat velen onder ons vandaag een beetje zuiniger door het leven gaan. Dat is volgens mij een correcte reactie op de economische crisis. Maar hoe we nu allemaal competitiever moeten gaan leven en werken, dat is mij een raadsel. In vergelijking met wie? Met mijn overbuur? Met de Walen? Met de Duitsers of de Grieken? En waarom?

Hopelijk verdwijnt het woord weer vlug, het dateert uit vorige eeuw. Het juiste woord om een crisis aan te pakken is samenwerking.



Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

zondag 14 oktober 2012

Vrede

De Europese Unie heeft vrijdag de Nobelprijs voor de Vrede gekregen. 'De EU heeft het grootste deel van Europa helpen transformeren van een continent van oorlog in een continent van vrede', zo schreef het Nobelprijscomité in zijn verantwoording.

De toekenning van deze prijs aan de EU heeft onmiddellijk vele zure reacties uitgelokt. Niet alleen vanwege de bekende anti-Europeanen. Ook op Facebook kon ik enkel cynische en smalende commentaren lezen. Ik vind nochtans niet dat ik verkeerde vrienden heb.

Het is wel te begrijpen. Iedereen is begaan met vrede in de wereld, en iedereen kan wel een aantal moedige mensen opnoemen die een prijs voor hun inzet voor de vrede verdienen - vandaag is het misschien Malala Yousafzai. Malala is nog maar veertien, en de EU is al meer dan zestig jaar oud. Dat kan een verschil maken. Jeugd is nog niet bezoedeld.

Mogelijk interpreteer ik de verrassing van sommigen verkeerdelijk als cynisme. De keuze van de Noren is inderdaad verrassend, het is een prijs voor een prestatie van meer dan zestig jaren. Het is moeilijker om daarvan een duidelijk beeld te krijgen dan van een kogel in het hoofd.

Vrede is ook zo moeilijk te vatten in vredestijd, ze is helemaal niet indrukwekkend, zeker niet voor al wie graag wil vechten of strijden voor de vrede.

Vrede is niet heroïsch. Maar vrede is evenmin evident.

De moed en de kracht van de stichters van Europa (het EGKS-verdrag is ondertekend in 1951) is niet te onderschatten. De verscheurdheid van Europa was immens en eeuwenoud, de wonden van de haat lagen nog open. Ik ken oudere Fransen die vandaag nog ongemakkelijk worden als er Duitsers in de buurt zijn.
De stichters van Europa konden niet weten wat de toekomst zou brengen. Ze wisten alleen dat er maar één weg is naar 'nooit meer oorlog': mekaar de hand geven en niet meer loslaten. Ondanks de angst en de kwetsuren.

De Noren hebben op een indrukwekkende manier het proces gevoerd tegen Anders Breivik die in 2011 bijna tachtig mensen vermoordde. Vandaag houden ze ons op een zelfde indrukwekkende wijze een spiegel voor. Want Europa zit in woelig water, en heeft dringend nood aan een helder zicht op de weg naar de toekomst. De Noren herinneren ons aan de fundamenten van Europa, de argumenten vóór Europa.

Ik kan dus niet smalend reageren op de toekenning van deze prijs. Wel het hoofd buigen, en de prijs beschouwen als een wake-up call, als een stamp onder mijn achterste. Er kan en mag nooit een reden zijn om Europa op te geven, want voor mensen is vrede het belangrijkste.


Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :
Voor uitleg over de foto bovenaan: lees hier.

woensdag 12 september 2012

Investeren in een diploma

De hogescholen en universiteiten staan klaar voor een nieuw schooljaar. Ik verwacht van mijn twee dochters in de komende dagen een overschrijvingsformulier met het verzoek hun inschrijvingsgeld te betalen. Het zal geen habbekrats zijn, maar in vergelijking met wat in sommige andere landen gevraagd wordt zal het nog meevallen.

Le Monde diplomatique wijdt een lezenswaard artikel aan de vaststelling dat overal het inschrijvingsgeld voor hogere studies sterk stijgt. In tien jaar tijd was de stijging in Frankrijk 50 procent. In Groot-Brittannië is het maximum toegelaten bedrag gestegen van 3000 naar 6000 pond, soms zelfs 9000 pond. De bedragen voor de Verenigde Staten zijn nog hoger, gemiddeld 36.000 dollar voor een jaar studeren aan de Harvard universiteit. In 2008 was de schuld die een afgestudeerde daar gemiddeld terug te betalen had gelijk aan 23.200 dollar.

Overal moet er bezuinigd worden. Opvallend is dat de argumenten die gehanteerd worden voor een hoog inschrijvingsgeld niet veel te maken hebben met de noodzaak om zuiniger om te springen met beschikbare middelen.
La quasi-gratuité des études supérieures - classes préparatoires incluses - est source d'inégalités fortes et prive les universités de ressources utiles à une meilleure formation des étudiants.
Aldus citeert Le Monde diplomatique een nochtans progressieve stichting Terra Nova. En een socialistisch burgemeester Destot zei ook:
Il devient indispensable de réajuster l'allocation d'études, qui doit toujours reposer sur des critères de ressources familiales, mais être plus importante et plus incitative pour motiver les étudiants bénéficiaires et les rendre plus responsables de leur propre réussite.
Op deze wijze verwordt een hogere opleiding tot een koopwaar. Het onderwijzend personeel wordt geconfronteerd met studenten die in de eerste plaats hun investering in de studie zo rendabel mogelijk willen maken en weinig interesse hebben voor het kweken van een kritische geest.

De uitwassen van de zeer hoge inschrijvingsgelden in de Verenigde Staten zijn stilaan bekend. Een record aantal studieleningen zal niet terugbetaald kunnen worden omdat de werkloosheid nog steeds groot is, met zware gevolgen voor de betrokkenen, en voor de banken die de leningen hebben gegeven. Sommige universiteiten van lage kwaliteit slagen er in om zwakke studenten aan te trekken met ongeloofwaardige beloftes van schitterende tewerkstellingskansen, en vragen exorbitante inschrijvingsbedragen.

Een samenleving die het normaal vindt dat haar jeugd zelf haar opleiding moet betalen, moet ermee rekening houden dat die jeugd - eenmaal gediplomeerd - daarvoor ook niets in ruil zal geven. Haar gediplomeerden zullen vooral in zeer winstgevende sectoren willen werken, en niet in sociaal of maatschappelijk belangrijke sectoren zoals gezondheidszorg, onderwijs of overheidsdienst. Zo'n samenleving geeft daarmee ook te kennen dat ze het niet belangrijk vindt dat ze vele goed opgeleide inwoners heeft. En aanvaardt dus dat de algemene kwaliteit van haar economie, politiek en samenleving zal afnemen.

Dit is niet een samenleving die ik wens. Ik aanvaard dat er een inschrijvingsgeld moet betaald worden voor hogere studies. Maar ik huiver van de argumenten die gebruikt om een drastische verhoging van de bedragen te rechtvaardigen.


Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :