zaterdag 2 februari 2013

De slechte mens

Als de burgemeester van een grote stad in Vlaanderen zegt: 'De mens is niet goed van nature' (in De Standaard van vandaag), dan maak ik me zorgen. Er zijn heel wat argumenten aan te voeren om deze uitspraak te ondersteunen. De geschiedenisboeken staan immers vol van oorlogen en moorden.

Maar die argumenten zijn niet voldoende. Want in die zelfde boeken staan nooit de verhalen van de gewone mensen die op een redelijk vreedzame manier samenleven en enige bekommernis hebben voor mekaar. De geschiedenisboeken worden volgeschreven met waargebeurde verhalen van heersers, keizers, pausen en andere machthebbers, en daar was doorgaans 'een hoek af'. Hun favoriete bezigheid was om de loop van de geschiedenis te veranderen in hun voordeel, en als het nodig was dan kon dat wat mensenlevens kosten.

Dezelfde burgemeester noemt ook het christendom, dat in 2000 jaar eveneens tot de wijsheid zou gekomen zijn dat de mens niet goed is van nature. Dat is van zijn kant een bevreemdende samenvatting van het christendom. Ik heb nergens gelezen over Jezus die dat zou beweerd hebben, integendeel. Hij kon zich ergeren in schijn-heiligen, en het stoorde Hem geweldig dat die in de samenleving van toen zoveel te zeggen hadden. Maar overigens was het zijn levenswerk om mensen die verlamd, verdrukt, blind of gevangen waren terug uitzicht en bevrijding te geven.

Wat vindt iemand van zichzelf als hij beweert dat de mens van nature niet goed is? Sommigen zullen denken dat het op henzelf niet van toepassing is, maar ik denk dat de meesten ook zichzelf niet goed vinden. Zo'n mensen liggen waarschijnlijk voortdurend met zichzelf overhoop, moeten permanent hun slechte zelf in de gaten houden, controleren, onderdrukken, streng aanpakken en bestraffen als dat nodig is.

Ten opzichte van hun medemensen zullen ze een gelijkaardige houding hebben: wantrouwend in de gaten houden, controlerend. Dat is niet het soort mensen dat ik graag als buur zou hebben. Als deze mensen bovendien in een machtspositie komen, dan willen / nemen / krijgen ze het recht om op grote schaal te gaan controleren, wantrouwen, onderdrukken, streng aan te pakken en te bestraffen als dat nodig is.

Ik vind dat geen prettig vooruitzicht. Ik hoop dat we met velen zijn om hetzelfde te vinden.




Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

zondag 20 januari 2013

De wijn is op

Sneeuw is er vandaag genoeg, maar op de bruiloft in Kana was de wijn opgeraakt.
Het verhaal is bekend, althans het wonder dat we oppervlakkig kennen en niet weten te verklaren. Hoe kan water in wijn veranderen?
Toch gebeurt het meer dan we denken, dat de wijn op is.

Zonder wijn zitten. De vreugde in het leven die opgedroogd is. De energie die weg is. Alleen water is er nog. De wijn doet ons lachen en dansen, geeft sterkte en vriendschap. De wijn laat de zon schijnen, alles groeit en bloeit. Maar als er enkel nog water rest dan zien we de zon niet meer, is alles somber en uitgeblust, nat en grijs.

Het kan gebeuren dat onze wijn is opgeraakt, dat we leeg zijn, dat we het niet meer zien zitten. Dat onze dagen van blijdschap en plezier een valse herinnering schijnen te zijn. Dat feesten onmogelijk lijkt. Onze dagelijkse gang is loodzwaar geworden en onze rug staat wat krom. Zelfs onze naasten zijn ons eerder een last dan een steun. Niets smaakt ons nog. 's Nachts wil de slaap niet komen, overdag willen we slapen.
Er bestaan wetenschappelijke namen voor: depressie, burn-out. Maar uiteindelijk betekent het: de wijn is op.
Het leven is geen leven meer. Vanaf hier is het best om te zwijgen, elk spreken maakt het maar erger.

En toch. Als we verder spoelen naar het einde van het verhaal, dan lezen we dat er opnieuw wijn is. Straffer zelfs: u hebt de beste wijn bewaard tot het laatst. De wijn is beter!

Tussen die troosteloze diepte en de betere wijn is er een wonder gebeurd. Na het smakeloze water is er uiteindelijk weer heerlijk smakende wijn.

Het is een wonder dat nauwelijks te verklaren is. Maar misschien geeft de tekst van Johannes enkele aanwijzingen.

Maria heeft het probleem opgemerkt, zij heeft gezegd: De wijn is op. Hoe belangrijk is het dat iemand het probleem opmerkt, het onder woorden brengt, er mee naar buiten komt, niet de andere kant opkijkt... Wanneer zijn we zelf in staat om te kunnen zeggen: de wijn is op, ik kan niet meer... Wat betekent het voor ons om het te kunnen uitspreken?

Maria krijgt een onthutsend antwoord van haar zoon: Wat heb ik daarmee te maken? Krijgen we soms een afwijzend antwoord op onze vraag om hulp, zelfs van wie we het helemaal niet zouden verwachten, zelfs van de enige op wie we nog hoop hadden gesteld? Is het wel een afwijzing? Of hebben we het enkel maar zo begrepen...

Wat hij u ook beveelt, doe het maar, zegt Maria tegen de dienaren. Vertrouwen is niet gemakkelijk, zeker als je niet begrijpt waarom of waartoe. Wanneer zijn we klaar om te aanvaarden: doe het maar... Wanneer zijn we bereid om hulp te aanvaarden? Wanneer hebben we (terug) vertrouwen in een ander?

Doe de bakken vol water. Veel water, zes bakken vol, tot aan de rand. Water, smakeloos, troosteloos. De grijsheid, de tristesse, de tranen, de neerslachtigheid. Moeten eerst zes immense kruiken daarmee gevuld worden? Tot aan de rand? Hoe lang duurt dat? Heb ik dat geduld?

Schep er nu wat uit om de tafelmeester te laten proeven. Wat voor zin heeft het, proeven van zes volle vaten tristesse en tranen. Hoeveel moed vraagt het, om net van die kruiken te gaan proeven?

U hebt de beste wijn bewaard tot het laatst. Is dit een wonder?



Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

zondag 13 januari 2013

Armoede - Gehoorzaamheid - Stabiliteit

Er zijn momenten wanneer we niet meer weten welke richting we uit moeten omdat er zoveel tegenstrijdige keuzes mogelijk zijn. Alles kan, alles mag. Is er dan tussen heel het aanbod misschien toch een richting die meer zin heeft, meer toekomst inhoudt ?

Annemie Struyf heeft er ook over nagedacht. In dS Weekblad van zaterdag 12 januari zegt ze:
Als je mij vraagt naar wie ik afgelopen jaar het meest heb opgekeken, dan zijn dat de trappistinen in Brecht, hoewel hun leven haaks staat op het mijne en ze een traditie in ere houden die ik overboord heb gegooid. Maar ze staan voor waarden die in onze maatschappij nog zelden van tel zijn en die zij als een vlammetje proberen te koesteren. Hun gelofte van armoede in een wereld die zo op welstand is gericht. Hun gelofte van gehoorzaamheid in een maatschappij waarin wij zo gestimuleerd worden assertief te zijn, ons eigen ding te doen. Hun gelofte van stabiliteit in een samenleving waarin wij naast elke keuze een vluchtweg willen. Daar leer ik veel van.
Het zijn geen evidente waarden : armoede - gehoorzaamheid - stabiliteit. Ik ben van mening dat ze ook buiten het klooster op een leefbare manier een richtsnoer kunnen zijn.


Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

zaterdag 12 januari 2013

Ergernis

Luisa, een temperamentvolle collega uit een prachtig land in Centraal-Amerika, werkte mij gisteren op mijn heupen. De papieren die we voor haar hadden aangevraagd bij een Belgische overheidsdienst waren nog steeds niet toekomen. Ik moest daar hoogdringend iets aan doen, ik moest die onderpresterende ambtenaren snel aanporren, hun traagheid was onaanvaardbaar.

Zo waren we met twee die zich in staat van ergernis bevonden. Luisa om de ontbrekende documenten, en ikzelf omdat ik niet graag onder druk gezet wordt om dringend mijn werk te onderbreken voor iemand anders en het ook niet leuk vind dat een buitenlander ons overheidspersoneel bekritiseert.

Ik was het voorval nog niet helemaal vergeten toen ik op de bus naar huis verder las in 'Nachttrein naar Lissabon' van Pascal Mercier. Op pagina 360 leest het hoofdpersonage in dat boek iets over 'ergernis'.
Als de anderen ons aanleiding geven ons aan hen te ergeren - aan hun driestheid, hun onrechtvaardigheid, hun egoïsme - dan oefenen ze macht over ons uit, ze zitten ons dwars en knagen aan onze ziel, want ergernis is als een gloeiend gif dat alle zachte, nobele en evenwichtige gevoelens vernietigt en ons van onze slaap berooft. Slapeloos doen we het licht aan en ergeren ons over de ergernis die zich in ons heeft genesteld als parasiterend ongedierte dat ons uitzuigt en krachteloos maakt.
Die slapeloosheid is bij mij vannacht gelukkig uitgebleven. Luisa heeft mij niet wakker gehouden. Mogelijk heeft Luisa zelf geslapen als een roos. Het leert me wel iets. Er is veel kans dat iemand anders in dezelfde situatie zich totaal niet geërgerd zou hebben. Luisa is dus niet de echte oorzaak van mijn ergernis. Voorts leert het mij welke zaken ik erg belangrijk vind en waarover ik een diepgewortelde overtuiging heb die ik graag gerespecteerd wil hebben. Een mens ergert zich niet aan onbelangrijke zaken. Nu kan ik gaan leren om mijn eigen waarheid iets minder te beschouwen als heilig en universeel geldig. Het is louter mijn mening, naast veel andere die er ook mogen zijn. Hopelijk zal mijn ergernis volgende keer kleiner zijn.


Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

zondag 30 december 2012

Huis

Enkele dagen rust in ons vakantiehuisje in de Morvan. We voelen er ons thuis, een beetje toch. Wanneer wordt een huis een thuis? Het is een oude vraag, en vaak heeft het weinig met het huis zelf te maken.

Ergens thuis komen, ergens thuis zijn, een thuis hebben, ergens thuishoren. Het zijn uitdrukkingen die meer verwijzen naar mensen dan naar stenen.

Een echte thuis heb je maar op één plek. Wereldreizigers kunnen zich op vele plaatsen thuis voelen, maar dat gevoel volstaat niet. Er is maar die ene plek.

Het is een levenswerk, die thuis. Het begint met het huis, maar dat is slechts een begin. Het duurt jaren voor een boom diep geworteld is. Een mens heeft geen wortels, hij heeft benen, gelukkig maar. Het is met die benen dat een mens zich - al gaande - gaat wortelen.

In onze drang naar onafhankelijkheid durven we hierbij gemakkelijk twee vergissingen maken. De eerste is om te veel te gaan, de tweede is om er te laat aan te beginnen.

Als jonge volwassene waren we blij op eigen benen te kunnen staan, weg uit het nest van de ouders. Tijd om de onafhankelijkheid te vieren en de nodige zelfstandigheid te kweken. Anderzijds moet er na verloop van tijd ook gewerkt worden aan een nieuwe verbondenheid, een nieuwe afhankelijkheid.

De thuis is het symbool van de twee aspecten. Symbool van onafhankelijkheid, want het is een 'eigen' thuis. En symbool van afhankelijkheid, want er is de verbondenheid met de mensen die op dezelfde paar vierkante kilometer hun thuis hebben.

Die verbondenheid, gegrondheid, afhankelijkheid is soms moeilijk. Je ergens vestigen is kiezen voor één plek, wetende dat de keuze zo uitgebreid is. Er zijn immers in de wereld veel mooie plaatsen om te wonen. Een plek kiezen is ook de mensen aanvaarden die er al wonen of nog komen wonen, en dat zijn doorgaans gewone mensen. Terwijl we net op zoek zijn naar 'interessante' mensen...

Redenen genoeg dus om het bouwen van een thuis wat uit te stellen. Ik moet dan denken aan het gedicht van Rainer Maria Rilke uit 1902, Herfstdag.
Heer, het is tijd
de zomer was groots
leg nu uw schaduwen op de zonnewijzers
en laat de winden op de velden vrij
beveel de laatste vruchten rijp te zijn
schenk ze nog twee zuidelijker dagen
spoor ze tot volmaaktheid aan
en jaag hun laatste zoetheid in zware wijn
wie nu geen huis heeft
bouwt er zich geen
wie nu alleen is
zal het lang nog blijven
zal waken, lezen, lange brieven schrijven
en zal door de lanen heen en weer onrustig dwalen
als de bladeren die doelloos drijven.
Wie in de herfst van zijn leven geen huis heeft...

Het is een hele opdracht die thuis te bouwen, een plaats te hebben in een gemeenschap waar je gekend bent, waar je mag zijn wie je bent, waar je het gevoel hebt erbij te horen, meer zelfs, waar je er gewoon bij hoort. Het kan niet overal, en het kan niet altijd.


Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

zondag 23 december 2012

Stilte

Deze kerstdagen zitten vol tegenstrijdigheid. Het zou een tijd moeten zijn van verstilling, rust en eenvoud. Maar er is tegelijk die feestelijkheid die ons uitnodigt om uitbundig in de weer te zijn met familie en vrienden.
In De Tijd van zaterdag 22 december zit - hoera - een ganse bijlage over stilte. Heerlijk om te lezen op een vroege zondagmorgen. Ik lees eerst het gedicht van Judith Herzberg dat rechtsonder verscholen staat.
Mijn vader had een lang uur
zitten zwijgen bij mijn bed.
Toen hij zijn hoed had opgezet
zei ik, nou, dit gesprek
is makkelijk te resumeren.
Nee, zei hij, toch niet,
je moet het maar eens proberen.
Zo ben ik helemaal in de goede stemming. Stilte heeft veel te maken met ons onvermogen om alleen te zijn en niemand te hebben om mee te praten. Onvermogen ? Of is er meer aan de hand als we in onze huizen en bedrijven liefst grote ruimtes maken, zonder muren, zonder gelegenheid tot afzondering, stilte en alleen-zijn ? Susan Cain noemt het "extraverte" woningen in haar boek "Quiet".
De filosoof Jean-Paul Sartre zei:
Als je je eenzaam voelt als je alleen bent, bevind je je in slecht gezelschap.
We zijn met zijn allen meer individualist geworden, onder het oude juk uit van de sociale druk van de gemeenschap waarin we leefden: dorp, familie, kerk. Goed, maar in deze tijd van toenemend individualisme wordt het alleen willen zijn blijkbaar minder getolereerd.


Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

vrijdag 7 december 2012

Wie braaf is krijgt lekkers

Sinterklaas is terug naar huis. Tot gisteren moesten we braaf zijn, althans indien we de hoop koesterden een geschenk van hem te krijgen. Vandaag kunnen we de riem wat losser trekken.

Rik Torfs vroeg het zich af in De Standaard van donderdag 6 december, wat het betekent om braaf te zijn, om je behoorlijk te gedragen.
Voor een kind gaat het om goede tafelmanieren of maat houden bij het sarren van broertjes en zusjes. Voor iets ouderen is het zaak de medemens zo niet te helpen dan toch te ontzien, gezagsdragers met argwaan te bejegenen en de herauten van de waarheid als beunhazen te ontmaskeren.
Zoals Rik Torfs het beschrijft is braaf zijn plezanter haast dan stout.

Ondanks deze vaststelling zijn er genoeg mensen die Sinterklaas al lang in een doos naar de kelder hebben afgevoerd. Ze verkiezen nuchterheid, realisme. Met plezier ontmaskert Torfs deze houdingen.
Wat voor nuchterheid doorgaat, is vaak het begraven van de droom, het fnuiken van al te hoge verwachtingen, waardoor mensen nog voor ze oud zijn een vreselijke eigenschap ontwikkelen: realisme. Realisme geeft iemand het recht om zich neer te leggen bij een onbevredigende werkelijkheid die er mits een beetje meer vuur en verbeeldingskracht compleet anders uit kon zien.
Sinterklaas is terug naar huis. Maar hij heeft ons vandaag een sneeuwtapijt cadeau gedaan. Ik wed erop dat die sneeuw voor onze nuchtere en realistische medeburger een voldoende reden is om niet blij te zijn. Hopelijk blijft hij zich wel behoorlijk gedragen.


Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :