Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :
We lezen alle dagen zoveel ! Gelukkig is er af en toe iets dat treft. In plaats van het over te schrijven in een schriftje, gebruik ik een eigentijdse bewaarplaats. Met als voordeel dat u het ook kan lezen, en zo iets te weten komt van wat ik blijkbaar belangrijk vind.
Op dit ogenblik is in Oekraïne een oorlog aan de gang. Sedert de inval op 24 februari zijn er drie weken verlopen, genoeg voor duizenden slachtoffers en miljoenen vluchtelingen, zonder te spreken van de materiële schade. Drie weken met een verschrikkelijke kostprijs, en daarbovenop de angst voor een escalatie met onoverzienbare gevolgen. Heel wat mensen willen dus dat die oorlog zo snel mogelijk eindigt, terecht. Paradoxaal genoeg is er blijkbaar een meerderheid die toch wil verder vechten. In de westerse media lees ik immers enkel over het opdrijven van de militaire uitgaven en het zenden van wapens naar Oekraïne. Dat is de lijn die Europese, Britse en Amerikaanse leiders volgen. Een andere optie is er niet, zo lijkt het. Want de gevolgen van een inmenging door de Navo zouden te zwaar zijn.
Het meest evidente en eenvoudige alternatief wordt nergens aangehaald, laat staan besproken of toegelicht. Het is een oplossing die de oorlog met quasi onmiddellijke ingang doet stoppen, en dus ook een einde maakt aan de verschrikkelijke kost van mensenlevens. Het is weliswaar een oplossing die oneindig meer moed en kracht vraagt dan verder oorlog voeren. Het is een oplossing die waarschijnlijk door alle mannelijke wereldleiders op spot, hoongelach en minachting zal onthaald worden. Het is de oplossing die erin bestaat dat Oekraïne de witte vlag opsteekt.
Het betekent het einde van het bloedvergieten en het onnoemelijke menselijk leed. Elk weldenkend mens zou de optie van de witte vlag dus grondig moeten overwegen. Ja, de witte vlag betekent de overgave, het betekent het neerleggen van wapens. Dat is voor sommigen ondraaglijk omdat het een verlies is van eergevoel, trots, heldendom. Ze sterven nog liever in een zee van bloed dan een stap opzij te zetten voor de aanvaller. Een oorlog willen ze nooit verliezen, zo niet dan toch met opgeheven hoofd. De roem van de held is belangrijker dan de duizenden onschuldige doden.
De Europese Unie heeft een gevestigde reputatie om conflicten zonder geweld op te lossen. Die bewonderenswaardige kwaliteit heeft ze met de crisis in Oekraïne verkwanseld. Blijkbaar is de Unie zelfs niet in staat om alternatieven voor geweld een kans te geven, bespreekbaar te houden. Enkel oorlogstaal, de taal van de wapens, kan nu gesproken worden.
Overgave, een witte vlag, dat is weigeren om mee te gaan in de retoriek van oorlog. Dat is weigeren om te denken in termen van winnaars en verliezers, goeden en slechten, bondgenoten en vijanden, de uitverkorenen en de duivel. Overgave is kiezen voor high, when they go low. Overgave is mensenlevens belangrijker vinden dan een morzel grond. Overgave is moreel superieur, is denken op lange termijn, is resoluut kiezen voor een oplossing van het conflict.
Het is bedroevend dat oorlog als concept en methode opnieuw vanzelfsprekend geworden is in de Europese Unie. Die omslag in de geesten is op één dag gebeurd, wat bewijst dat er niet lang over nagedacht is, en dat er weinig discussie aan voorafgegaan is. De Europese Unie geeft vijf keer meer uit aan wapentuig dan Rusland, de Navo ruim tien keer meer. Het heeft de inval en de oorlog niet kunnen vermijden. Ik hoop dat de landen van de Unie snel hun vergissing inzien. We moeten nog vele jaren samenleven met Rusland als buur, en liefst in een goede verstandhouding.
Vorige zondag kreeg ik het bericht van mijn krant dat Gerard Mortier overleden was, 70 jaar oud. 's Avonds heb ik op internet alle berichten en artikels over zijn overlijden gelezen. En de dagen erna ben ik blijven lezen. Want hoewel Jan Hoet, een week eerder overleden, ook een man van formaat was, heeft Mortier voor mij meer "klasse", is hij meer "aristocraat" in de nobele betekenis van het woord. Jan Hoet is meer passie, meer volks. Beiden zullen ze erudiet geweest zijn, maar Mortier plaatste ik een afdeling hoger, omwille van zijn verfijndheid, klasse en uitgewerkte standpunten.Zijn onstuitbare vreugde voedde alles wat hij deed - en dus genoot hij van de strijd zoals hij genoot van eten, goede hotels, vriendschap, kunst en verheven idealen.Walter Zinzen schrijft in een blog:
De meeste avonden nam hij artiesten op eigen kosten mee uit eten, voor het pure plezier en de prikkel van een intellectueel duel, goede roddels, uitgelezen wijn en een uitstekende bediening. (...)
Hij had een oog voor jong talent en een oor voor een veelbelovende zanger, een nieuwe dirigent, een goede discussie. Hij las voortdurend en plaatste zichzelf in het middelpunt van het debat over de toekomst van Europa. Hij verpersoonlijkte een Europees ideaal - sprankelend van verlichtingsijver, gecultiveerd, genuanceerd en altijd met een progressieve houding, de vrucht van een moeizaam bevochten filosofische erfenis.
Hij was er trots op dat hij zijn lesje had geleerd en er in alle huizen waar hij na Brussel werkte voor gezorgd had dat de rekeningen klopten. Ook in Madrid was dat het geval, waar de crisis en de besparingen het Teatro Real niet ongemoeid lieten. Ook op dit gebied was hij heel vindingrijk. De traditionele receptie na een première bijvoorbeeld schafte hij niet af, maar hij betaalde ze uit eigen zak. De gasten moesten hun wijn wel uit plastic bekertjes drinken.
Vriend zijn van Gerard was je blootstellen aan tegenspraak. Bij hem was het altijd open, complex en opwindend. Hij daagde uit en werd ook graag uitgedaagd. Daar stond tegenover dat hij altijd volledig up-to-date was en honderd procent gefocust. Het draaide erop uit dat je niet anders kon dan van hem te houden.Op deze blog heb ik Mortier drie keer geciteerd, in november 2008, en in maart en november 2012 (zie de links hieronder). Gerard Mortier inspireerde mij, en ik vind het dus zeer jammer dat hij nu reeds overleden is. Hij was op een leeftijd gekomen om ons nog veel van die inspiratie te geven. Hij zou zeker nog een belangrijke invloed kunnen hebben in het debat over Europa, over de toekomst van onze samenleving. Ik was geïnteresseerd in zijn standpunten. Hij had ons nog veel kunnen bieden.
Deze namiddag reed de stoet van Sinterklaas door onze straat. Het is een jaarlijkse gewoonte van de handelaars van onze gemeente. Uiteraard gaat de stoet niet enkel door onze straat. Een heel parcours wordt afgelegd doorheen de gemeente, en links en rechts staan kinderen met hun ouders en familie lachend klaar met zakjes om het snoep te verzamelen.
Onlangs las ik een spreuk van de Bond Zonder Naam: "Als je in de put zit moet je niet graven". Mooi, hoewel ik niet zeker ben dat wie in de put zit ook iets kan aanvangen met deze boodschap.
Over een maand is het 11.11.11, een belangrijk moment van actie voor al wie begaan is met een meer rechtvaardige wereldorde. Wat later in december gaat de campagne van Welzijnszorg van start, met aandacht voor de armoede dichterbij ons. Zo zijn er doorheen het jaar allerlei kansen om je in te zetten voor medemensen veraf en dichtbij. Het blijft een belangrijke opdracht voor elk van ons, ieder op zijn of haar eigen wijze: werken aan een betere wereld.Om aan armen de goede boodschap te brengen heeft hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating aan te kondigen en aan blinden het licht in hun ogen, om verdrukten in vrijheid te laten gaan en een jaar af te kondigen dat de Heer welgevallig is.
We leven in boeiende tijden, waarin gratie langzaam taboe wordt, terwijl over de doodstraf een welopgevoed gesprek weer mogelijk is. Het lukt mij niet in deze evolutie sporen van vooruitgang te onderkennen. De mens oordeelt over goed en kwaad op een manier die de goden, toen ze nog bestonden, tot aarzelen aan zou zetten.De Koning heeft hiermee dus geen mogelijkheid meer om mildheid, zachtheid en begrip te tonen tegenover de meest afgekeurde elementen uit onze samenleving. Zou hij ook overwegen om geen adellijke titels meer toe te kennen aan de meest gewaardeerde elementen uit onze samenleving ?
‘Atheïsten die een goed leven leiden, zullen door Jezus gered worden en in de hemel opgenomen worden.’ Die opmerkelijke woorden sprak paus Franciscus einde mei tijdens een mis in Rome.Maar hij gaf zijn vader ten antwoord: “Ik dien u nu al zoveel jaren en nooit heb ik een gebod van u overtreden, maar mij hebt u nog nooit een bokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Maar nu die zoon van u is thuisgekomen, die uw vermogen met hoeren heeft verbrast, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.”De Amerikaanse jezuïet en theoloog Joe Simmons drukt zijn verwarring en verontwaardiging uit:
Hoe kunnen atheïsten dezelfde beloning ontvangen? Ik heb heel wat zondagstijd geïnvesteerd in mijn zielenheil… waarom moeten zij niet hetzelfde doen?”Waarom ? De vraag die hierbij hoort is inderdaad waarom. Maar niet een jaloers waarom: waarom zij wél en ik niet? Wel een uitzuiverend waarom: waarom doe ik wat ik doe, waarom geloof ik, waarom probeer ik het goede te doen? Zolang je nog met externe motieven op deze waarom-vraag antwoordt - bijvoorbeeld om in de hemel te geraken, om later beloond te worden, om uitverkoren te worden, omdat ik beter ben - zolang is er nog verdere verdieping en uitzuivering nodig, zolang is er nog farizeeërs-gedrag.
Ik werd er gisteren regelmatig aan herinnerd: het was vaderdag. Ik heb meerdere keren felicitaties in ontvangst kunnen nemen. Dat is zo'n beetje zoals met een verjaardag: je wordt geprezen zonder dat je er - ogenschijnlijk - enige inspanning voor geleverd hebt. Het zou leuk zijn als je af en toe op het werk een dergelijke behandeling kreeg.Vaders floreren wanneer ze voldoende geld kunnen verdienen om in het levensonderhoud van hun gezin te voorzien. Ze floreren wanneer ze voldoende tijd hebben om met hun kinderen te spelen, ze voor te lezen, samen dingen te bouwen of te knutselen. Ze floreren wanneer ze tijd hebben om na te denken over de zorg voor hun kinderen. En wanneer ze een goede verstandhouding hebben met hun partner.
'Er is geen enkele andere periode in de geschiedenis waarin vrije mensen hun energie zo volledig in dat ene doel hebben gestopt: werk.'
We vergissen ons als we denken dat het resultaat van het werk belangrijker is dan het werk zelf. Die rijkdom, status, roem en luxe zijn slechts nevenproducten. Als we ze echter teveel waarde geven ontwaarden we de zin van het werken zelf. We worden dan meer en meer aangetrokken om werk te doen dat zeer weinig zin en betekenis in zichzelf heeft, louter omdat we zo geïnteresseerd zijn in de bijproducten ervan. We foppen onszelf dus twee keer : we doen (te veel) werk dat op zich weinig verheffends heeft, om iets te bereiken dat ook weinig zin geeft.Zonder die taal geen plastische verslaggeving van rampen, vreugdevuren, sportprestaties. Zonder vitaal gehouden Nederlandse taal geen troonrede, geen abdicatie, geen televisie, geen glazen huis op de Dam. Zelfs de twee minuten stilte op de vierde mei kunnen het niet zonder woorden stellen. (...)
De economie, het politieapparaat, de hele samenleving... het drijft allemaal op taal. Alles wordt door taal gevoed. Alles is taal. Zelfs bezuinigen gaat niet zonder.
De pioniers van de globalisering laten te vaak en te luid hun trots horen dat ze de wereld 'kleiner' hebben gemaakt. 'Jongen, je vliegt tegenwoordig in een paar uur van Amsterdam naar Melbourne.' Ze missen de boot: het komt er juist op aan de wereld groter te maken. Meer mensen meer wereld te bieden.
Gisteren sprak ik met iemand over enkele zaken die niet goed lopen. Ze was teleurgesteld, zei ze me. Het was voor ons een gelegenheid om over de redenen voor die teleurstelling door te praten: het gebrek aan eerlijkheid, aan transparantie. Maar we brachten het gesprek ook even op een ander niveau, door te filosoferen over het gevoel teleurstelling, waar dat vandaan komt.Nochtans krijgen we nu niet meer te horen dat het slim is om onze centen 'op het boekje' te zetten. Integendeel, het is zelfs dom. Want de economie heeft dorst, maar ze kan niet aan de Grote Appel. Wat gespaard wordt, wordt niet uitgegeven, kan de nijverheid niet smeren. We menen ons te wapenen tegen de crisis, maar we verdiepen er die crisis mee.Bovendien is de rentevoet op de spaarboekjes erg laag. Al dat sparen is dus blijkbaar tweemaal niet goed: niet goed voor de economie, en niet goed voor onszelf.
Deze maand mei is naar jaarlijkse gewoonte weer rijkelijk voorzien van feestdagen. In tijden van crisis willen sommige mensen daar een vraagteken bij plaatsen. Begrijpelijk, want feest en crisis passen niet zo goed bij elkaar. Als ondernemingen moeten sluiten en de werkloosheid toeneemt is het niet evident om een vrolijk gezicht op te zetten. Alles heeft zijn tijd, en nu is het misschien niet de tijd om veel te gaan feesten, is hun oordeel.Er zijn er te veel. We hebben ze niet nodig. En we zouden de productiviteit van onze economie pijnloos kunnen opdrijven, door ze allemaal af te schaffen.Tom Naegels is niet onze Eerste Minister. Maar CD&V heeft enige tijd geleden zelf nog voorgesteld om het feest van Pinkstermaandag af te schaffen. Eveneens als middel om de crisis te lijf te gaan.
Ik kon niet bedenken wat de zin van Hemelvaartsdag was. 's Avonds raadpleegde ik thuis een boek van de benedictijnse monnik Anselm Grün. Het was volgens hem het feest van onze bestemming. Christus is bij de Vader aangekomen. Het zou een bevrijdende boodschap moeten zijn. Want voor wie kan leven vanuit de hemel als zijn vaderland, worden veel van de dingen gerelativeerd. Als je in je hart al op je bestemming bent, dan is de weg niet meer zo inspannend.Feesten afschaffen is geen goed idee. Feesten geven zin en betekenis aan het leven. Ze vervangen door betekenisloze bank holidays is mogelijk nog erger. Alsof de banken een feest waardig zouden zijn. Het zou alleen maar scherp stellen dat we ons leven helemaal ten dienste willen stellen van de economie en het geld. In De Kloostergang schrijft Kathleen Norris over de vele feesten die in de abdijen gevierd worden:
...stilstaan bij het mysterie van het feit dat wij tussen twee werelden leven, een die bestaat uit ruimte en tijd en een die bestaat uit belofte en verwachten.Als je van Leuven naar Mechelen rijdt met de auto, dan zie je al van ver de toren staan van de Sint-Romboutskathedraal. Ik bedacht gisteren dat deze toren, net zoals een feestdag, economisch waarschijnlijk geen enkele waarde, geen echt nut heeft, en dat het economisch gesproken waarschijnlijk beter is om hem gewoon af te breken. Gelukkig zijn we het er toch allemaal over eens dat deze toren een feest voor onze ogen is, een feest voor de stad. Een feest dat zeker mag blijven. Hier en daar is doorgedrongen dat het pure economisch denken zijn grenzen heeft.
Als de burgemeester van een grote stad in Vlaanderen zegt: 'De mens is niet goed van nature' (in De Standaard van vandaag), dan maak ik me zorgen. Er zijn heel wat argumenten aan te voeren om deze uitspraak te ondersteunen. De geschiedenisboeken staan immers vol van oorlogen en moorden.
Sneeuw is er vandaag genoeg, maar op de bruiloft in Kana was de wijn opgeraakt.
Er zijn momenten wanneer we niet meer weten welke richting we uit moeten omdat er zoveel tegenstrijdige keuzes mogelijk zijn. Alles kan, alles mag. Is er dan tussen heel het aanbod misschien toch een richting die meer zin heeft, meer toekomst inhoudt ?Als je mij vraagt naar wie ik afgelopen jaar het meest heb opgekeken, dan zijn dat de trappistinen in Brecht, hoewel hun leven haaks staat op het mijne en ze een traditie in ere houden die ik overboord heb gegooid. Maar ze staan voor waarden die in onze maatschappij nog zelden van tel zijn en die zij als een vlammetje proberen te koesteren. Hun gelofte van armoede in een wereld die zo op welstand is gericht. Hun gelofte van gehoorzaamheid in een maatschappij waarin wij zo gestimuleerd worden assertief te zijn, ons eigen ding te doen. Hun gelofte van stabiliteit in een samenleving waarin wij naast elke keuze een vluchtweg willen. Daar leer ik veel van.Het zijn geen evidente waarden : armoede - gehoorzaamheid - stabiliteit. Ik ben van mening dat ze ook buiten het klooster op een leefbare manier een richtsnoer kunnen zijn.
Luisa, een temperamentvolle collega uit een prachtig land in Centraal-Amerika, werkte mij gisteren op mijn heupen. De papieren die we voor haar hadden aangevraagd bij een Belgische overheidsdienst waren nog steeds niet toekomen. Ik moest daar hoogdringend iets aan doen, ik moest die onderpresterende ambtenaren snel aanporren, hun traagheid was onaanvaardbaar.Als de anderen ons aanleiding geven ons aan hen te ergeren - aan hun driestheid, hun onrechtvaardigheid, hun egoïsme - dan oefenen ze macht over ons uit, ze zitten ons dwars en knagen aan onze ziel, want ergernis is als een gloeiend gif dat alle zachte, nobele en evenwichtige gevoelens vernietigt en ons van onze slaap berooft. Slapeloos doen we het licht aan en ergeren ons over de ergernis die zich in ons heeft genesteld als parasiterend ongedierte dat ons uitzuigt en krachteloos maakt.Die slapeloosheid is bij mij vannacht gelukkig uitgebleven. Luisa heeft mij niet wakker gehouden. Mogelijk heeft Luisa zelf geslapen als een roos. Het leert me wel iets. Er is veel kans dat iemand anders in dezelfde situatie zich totaal niet geërgerd zou hebben. Luisa is dus niet de echte oorzaak van mijn ergernis. Voorts leert het mij welke zaken ik erg belangrijk vind en waarover ik een diepgewortelde overtuiging heb die ik graag gerespecteerd wil hebben. Een mens ergert zich niet aan onbelangrijke zaken. Nu kan ik gaan leren om mijn eigen waarheid iets minder te beschouwen als heilig en universeel geldig. Het is louter mijn mening, naast veel andere die er ook mogen zijn. Hopelijk zal mijn ergernis volgende keer kleiner zijn.