dinsdag 15 mei 2012

Is een Rerum Novarum nog actueel ?

Donderdag hebben we een vrije dag, het is dan Hemelvaartsdag. Tegelijk ook viert de Christelijke Arbeidersbeweging Rerum Novarum. Rerum Novarum is een encycliek die in 1891 door Paus Leo XIII is geschreven en waarin enkele krachtlijnen staan van de sociale leer van de kerk. Het ongebreideld kapitalisme wordt erin veroordeeld, en het bevat ook een pleidooi om vakbonden te vormen.

Vandaag krijgt Patrick Develtere in De Standaard het woord, hij is de voorzitter van het ACW. Zijn blik is bezorgd, zijn wenkbrauwen staan gefronst. Met de ondergang van Arco en Dexia heeft de Christelijke Arbeidersbeweging een pak geld verloren, en is er ook een inkomstenstroom opgedroogd. Ik ken geen details, maar ik veronderstel dat dit wel een effect zou kunnen hebben op de werking (personeel en activiteiten) van een aantal takken in de beweging.

Hoe is het zover kunnen komen?

Het is niet moeilijk om achteraf  slimme Jan te spelen. Na de feiten is alles plots eenvoudig en evident. Daniel Kahneman schrijft in zijn boek 'Ons feilbare denken' een gans hoofdstuk over achterafkennis, om te besluiten dat het onmogelijk is om de toekomst te voorspellen. Zich deze bescheidenheid en oplettendheid eigen maken is uiterst moeilijk.

Ik kan uit persoonlijke ervaring spreken dat geld het denken en het gedrag van mensen sterk beïnvloedt. Zelfs in de meest katholieke en conservatieve middens werd tien jaar geleden afkeurend neergekeken op het veilige en eenvoudige sparen in overheidsobligaties of spaarboek. Het was toen bijna onverantwoord - slecht huisvaderschap - om het spaargeld van de beweging, groot of klein, op die manier te beheren. In zaken van geld moest op de meest creatieve wijze gezocht worden naar de grootst mogelijke opbrengst.

Ook de vakbewegingen vertoonden en vertonen een gelijkaardig gedrag. Wereldwijd - in België ligt het iets anders - zijn ze nauw betrokken in beleggingen op grote schaal via belangrijke pensioenfondsen waarin ze beheersmandaten hebben.

Ik stel vast dat de financiële crisis ons denken en ons gedrag nauwelijks heeft veranderd. Vandaag vinden we nog steeds dat geld zoveel mogelijk rendement moet opleveren. Hoogstens kiezen we voor een beetje ethisch verantwoord beleggen. Onze houding ten aanzien van geld is ongewijzigd gebleven, geld is nog steeds een levensdoel, een religie. Het is nog altijd het belangrijkste criterium bij het nemen van beslissingen en het maken van keuzes, al wordt het vaak mooi gecamoufleerd met het woord efficiëntie.

Een bank die zich ver weg houdt van speculatie en ook het kleine geld van kleine mensen zorgzaam beheert zou meer dan welkom zijn. De bank van de Christelijke Arbeidersbeweging is op die manier groot geworden. Men zou kunnen hopen dat door de financiële crisis van de laatste jaren een dergelijk alternatief grote kans van slagen heeft. Ik denk evenwel dat het een uiterst moeilijk project zou zijn, want in de geesten van velen is geld toch nog belangrijker dan mensen.

Maar als er één plaats is waar het wel moet lukken, dan is het in de Christelijke Arbeidersbeweging. Het zal zwaar en moeilijk pionieren zijn, het zal naïef, onnozel en belachelijk zijn, en als het succesvol zou worden zal het nóg moeilijker zijn. Het is ooit gelukt. Maar misschien zijn we vandaag collectief te rijk geworden om het roer om te gooien. Waarschijnlijk vrezen we dat er geen geld mee te verdienen valt. Een Rerum Novarum is dus nog actueel.


Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

maandag 14 mei 2012

Een lesje leren

Ik heb nog nooit een gevangenis van binnen gezien. De smalle ingang van de gevangenis in de Begijnenstraat in Antwerpen ben ik nog niet doorgegaan. En bij de kleine burcht met twee torentjes op de Geldenaakse vest in Leuven (zie foto) heb ik zelfs nog nooit halt gehouden. Het zijn geen aantrekkelijke gebouwen. Allicht was dat ook niet de bedoeling. Het zijn strafinrichtingen.

In De Standaard van vandaag staat een interview met Paul Cosyns. Die man kent iets van gevangenissen. Hij is psychiater en is de voorzitter van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen. Deze raad moet toezien of de rechten van de gedetineerden gerespecteerd worden. Paul Cosyns heeft ontslag genomen uit de Centrale Toezichtsraad. Omdat de federale overheid toch niets doet met de opmerkingen van de raad en zelfs de minimale logistieke steun van een secretaris en een werkingsruimte niet geeft.

Kort geleden heeft de raad een vernietigend rapport afgeleverd over de toestand in de gevangenissen. "Een beschamende inbreuk op de menselijke waardigheid", aldus het rapport. Beschimmelde matrassen, geen stromend water of wc, met drie opgesloten in een eenpersoonscel.

Het is een jarenoud probleem. Maar vandaag is het volgens Cosyns op een punt gekomen dat het niet meer slechter kan met die oude gevangenissen. Hij zegt:
De oude gevangenissen moeten dicht. Maar we moeten ons ook de fundamentele vraag durven te stellen wat we in de toekomst met onze veroordeelden willen aanvangen. Wanneer sluiten we iemand op en hoe kunnen we ervoor zorgen dat dit resultaat oplevert?
Cosyns spreekt over onze veroordeelden. Die onze is voor mij een zeer opvallend woord. Ik lees er een grote betrokkenheid in. En een besef dat daarbij een verantwoordelijkheid hoort. Mogelijk zullen maar weinigen het woord onze in de mond willen nemen als het gaat over veroordeelde mensen. Ik denk echter dat er geen ander woord kan gebruikt worden. Ooit worden ze terug vrijgelaten.

Cosyns vraagt ook of het opsluiten van veroordeelden wel een goede oplossing is, of het opsluiten een resultaat oplevert?

Misschien is een bepaalde afzondering nodig voor mensen die gevaarlijk zijn. En schade moet hersteld worden. Maar uiteindelijk moet de vraag gesteld worden wat de zin kan zijn van straffen. Misschien vindt u dat er soms gestraft moet worden. Om een lesje te leren. Ik daag u uit om in uw eigen verleden te onderzoeken wanneer u een straf hebt gekregen die van u een beter mens heeft gemaakt. Of is dat niet de bedoeling?



Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

vrijdag 11 mei 2012

Dat ik moet leren vliegen

Eén keer per week iets anders doen: met de trein naar het werk. In Haren - een gemeente in het Brussels gewest die toch nog een beetje landelijk is - is er een klein station.

Eigenlijk is het geen station, het is gewoon een perron want er is geen stationsgebouw. Op vrijdag nemen we daar de trein naar het centrum van Brussel. Een stoptrein langs gekende plekken: Bordet, Evere, Meiser, Merode. In Merode stappen we af, naar metro of bus.

Niet ver van het station van Haren is een nieuw gebouw opgetrokken. Het lijkt nog niet helemaal afgewerkt maar is toch bewoond. Vanmorgen ben ik even gaan kijken aan de ingang. "ESPERO" staat er boven de deur.

Op internet vond ik:
Espero wil gezinnen met kinderen met ernstige en chronische gedrags- en emotionele problemen ondersteunen. We zijn een kleinschalig residentieel centrum met 20 plaatsen, gestart in 2006.
We richten ons naar gezinnen uit de regio Brussel-Halle-Vilvoorde.
Espero is één van de zeven centra in Vlaanderen die erkend zijn als observatie- en behandelingscentrum.
We hebben een lagere schoolwerking (6 tot 12jaar) en een adolescentenwerking (12 tot 18 jaar).
Espero betekent 'ik hoop' in het Catalaans en het Portugees. In het Esperanto betekent het 'hoop'. Een mooie naam.

Naast de deur hangt een grote plaat met een reusachtig gedicht. Het is geschreven door de bekende schrijver Bart Moeyaert, speciaal voor Espero vzw.
DE WENS

Wat als het niet de schuld is
van mijn krappe jas. Wat als
de hele wereld past, maar niet
bij mij. Wat als straks blijkt
dat ik al jaren word gemist
in het heelal. Wat zou ik gaten
springen in de lucht. Wat ben
ik buitenaards. Wat mij nog
mooier lijkt is dit: dat ik twee
vleugels van mijn vader krijg.
Dat mijn moeder me verbaast
temidden van een wolk van
veren. Dat brullen wil ik van
ze horen: dat ik moet leren
vliegen met de kleren die ik
draag. Dat mijn schouders
langzaam breder worden en
de wereld weer mijn maat.

De foto hierboven van het gedicht is niet perfect. Ik was gehaast want treinen hebben niet de gewoonte om te wachten voor poëzie. Maar ik denk dat de laatste lijnen van het gedicht mooi genoeg zijn om iedereen uit te dagen: dat ik moet leren vliegen met de kleren die ik draag. Dat mijn schouders langzaam breder worden en de wereld weer mijn maat.

Doe elke week eens een keer iets anders.

PS : dit is blog nummer 300. Daar ga ik vanavond een glas op drinken. 



Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

dinsdag 10 april 2012

Onder uw stand leven

Vorige week, op 2 april, werd in de Verenigde Naties in New York een bijzondere vergadering georganiseerd: Welzijn en geluk - op zoek naar een nieuw economisch model (High Level Meeting on Wellbeing and Happiness: Defining a New Economic Paradigm). 

Het koninkrijk Buthan organiseerde deze vergadering. Het land is de zogenaamde uitvinder van het concept "Bruto Nationaal Geluk". Hiermee richt het zijn beleid al vele jaren op het vergroten van het welzijn en geluk van zijn inwoners, in plaats van zich zoals gewoonlijk te concentreren op economische groei, op het Bruto Nationaal Product.

Het land is er al in geslaagd om een Resolutie (65/309) te laten goedkeuren door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties vorig jaar op 19 juli 2011: Happiness: towards a holistic approach to development.

Groot-Brittannië en Frankrijk vinden het concept van Bruto Nationaal Geluk interessant genoeg om het in eigen land door hooggeplaatste werkgroepen te laten bestuderen. (Zie een vroegere blog)

Niet iedereen is echter al gewonnen om de switch te maken naar happinomics. Een moeilijk punt in de hele discussie is steevast de vraag in welke mate een groter inkomen ook leidt tot een groter geluk. Velen zeggen dat rijkere landen gelukkiger zijn dan arme landen, zoals rijke mensen ook gelukkiger zijn dan arme mensen. Voor hen is de conclusie eenvoudig: zorg dat de economie kan groeien, en een toename van het geluk krijg je er automatisch bij.  

Op het eerste gezicht lijkt deze bewering juist te zijn, maar dat is het niet. Het uitstekende boek "The Spirit Level. Why Equality is Better for Everyone" van Richard Wilkinson en Kate Pickett maakt duidelijk dat vanaf een bepaald niveau van rijkdom het geluk niet meer toeneemt. Heel rijke mensen zijn niet gelukkiger dan gewoon welstellende mensen. Dat geldt voor mensen zowel als voor landen.

Wilkinson en Pickett stelden vast dat er een andere verklaring voor het geluk is dan de rijkdom: gelijkheid. Landen met meer gelijkheid (zoals de West-Europese en Scandinavische landen, maar ook Japan bijvoorbeeld) kennen een gemiddeld hoger niveau van welzijn en geluk dan landen met grote ongelijkheid (zoals de Verenigde Staten). Wilkinson en Picket stellen dus voor om de gemiddelde rijkdom beter te verdelen in plaats van ze te verhogen.

De stelling dat veel geld niet gelukkiger maakt wordt ook onderschreven door alle wetenschappelijke onderzoekers in het boek "Geluk. The World Book of Happinness". Onder meer de Belg Philippe Van Parijs schrijft er in:
Zo is het wijs om uit de greep te blijven van de 'luxekoorts', de destructieve wedloop om steeds meer buitensporige materiële consumptie, door een soberder smaak te ontwikkelen en zo een gelukkig leven te leiden onder onze stand.
Onder onze stand. Zo zegt Van Parijs het, en daarmee zegt hij het veel scherper dan in het gezegde: "Niet boven je stand leven". Knap. 

Nota: ook op 2 april verscheen de eerste editie van het World Happiness Report van de Verenigde Naties. Je kan het lezen op de website van het Earth Institute.


Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

zondag 8 april 2012

De steen was al weggerold

Vandaag is het Pasen ! Marcus vertelt hoe drie vrouwen, Maria uit Magdala, Maria de moeder van Jakobus en Salome naar het graf van Jezus gaan.
Op de eerste dag van de week gingen ze heel vroeg in de ochtend, vlak na zonsopgang, naar het graf. Ze zeiden tegen elkaar: "Wie zal voor ons de steen voor de ingang van het graf wegrollen?" Maar toen ze opkeken, zagen ze dat de steen al was weggerold; het was een heel grote steen.
Misschien is dat ook Pasen : loskomen van het harde werken. Opkijken, en zien dat de steen weg is.

Zalig Pasen !


Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

zaterdag 7 april 2012

Wat we willen en wat we hebben

In het boek “Geluk. The World Book of Happiness” van Leo Bormans heeft ook de Belg Philippe Van Parijs een bijdrage geschreven. Van Parijs is niet zo bekend, maar studeren en doceren kan hij als de beste. Aan universiteiten overal in de wereld heeft hij lesgegeven. Hij woont in Brussel.

Wat hij schrijft in het boek is merkwaardig omdat het afwijkt van wat de meeste andere onderzoekers hebben geschreven. Philippe Van Parijs zegt niet dat we een gelukkig leven moeten nastreven, maar een goed leven. Dat is de opdracht voor elke mens individueel.

Evenmin vindt hij dat we op collectief vlak een gelukkige maatschappij moeten nastreven. Wel moeten we ijveren voor een zo rechtvaardig mogelijke samenleving. Het is geen garantie dat iedereen dan gelukkiger zal zijn maar het schept wel de meeste kansen daartoe.

Als we binnen deze grenzen gelukkiger willen worden, dan zijn er volgens hem slechts twee manieren:
door wat we hebben dichter te brengen bij wat we willen, en 
door wat we willen dichter te brengen bij wat we hebben.
Van Parijs heeft veel filosofie gestudeerd, en dat is er aan te merken bij dit soort zinnen. We moeten trachten om onze verlangens meer in overeenstemming te brengen met wat we al hebben, en omgekeerd. Voor hem geldt deze regel voor alle aspecten van ons leven. Niet enkel voor de materiële goederen, maar ook voor onze ambities in de liefde, op het werk, voor het goede doel. Geluk wordt dan een deel of een neveneffect van het feit dat we een leven leiden dat wij goed vinden.
Wie weet is het wel niet zo belangrijk dat ons leven minder gelukkig is dan het had kunnen zijn, zolang het volgens onze eigen maatstaven maar goed of zo goed mogelijk is.
Veel dingen die ons leven goed maken, zullen pas zichtbaar worden of in vervulling gaan als wij er niet meer zijn. We zullen het dus niet weten. Maar we kunnen het wel hopen. En als we dat doen, kunnen we het geluk vinden. Niet omdat we het zochten, maar omdat het gewoon een welkom neveneffect is van doen wat we dachten te moeten doen.


Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

vrijdag 6 april 2012

Extraverte mensen zijn gelukkiger ?

Al ben ik geen wereldleider, ik heb ook het boek gekregen dat alle wereldleiders cadeau kregen. Het boek 'Geluk. The World Book of Happiness' van Leo Bormans is voor hen door Herman Van Rompuy persoonlijk op de post gedaan. Voor mij was het minder prozaïsch: er zat een bon in mijn krant voor een gratis exemplaar bij de boekhandel met dezelfde naam als mijn krant.

Leo Bormans heeft voor dit boek aan honderd wetenschappelijke onderzoekers – in het domein van het geluk – gevraagd om in maximaal duizend woorden hun werk samen te vatten als een boodschap aan de wereld.

Het resultaat is de moeite. Het meest merkwaardige is dat er niet honderd keer eenzelfde boodschap wordt verkondigd. Allerlei verschillende en onverwachte aspecten passeren de revue: oprechtheid, vergevingsgezindheid, de sociale kring, het belang van sport, vertrouwen, intimiteit, en nog enorm veel meer. Er zijn duidelijk meerdere wegen mogelijk om geluk te vinden, én de invulling die aan geluk wordt gegeven is niet overal hetzelfde. Amerikanen zullen sommige aspecten van geluk anders invullen dan Chinezen.

Eén aspect is mij tijdens het lezen speciaal opgevallen. Verschillende wetenschappers schrijven dat er een sterk verband is tussen extravertheid en geluk. Ik citeer enkele zinnen.
  • Onderzoek bij Iraanse studenten heeft uitgewezen dat atleten een extravertere persoonlijkheid hebben en gelukkiger zijn dan niet-atleten. Bovendien is er ook bij de groep van niet-atleten een sterk verband tussen extravertheid en geluk. (Vahid Sari-Saraf, Iran)
  • Ontwikkel een extraverte, sociale persoonlijkheid. Gelukkige mensen zijn bijzonder extravert en vriendelijk. (Gary T. Reker, Canada)
  • Extraverte personen maken efficiëntere keuzes (zoals sociale steun zoeken) ; extraverte personen hechten meer belang aan positieve ervaringen ; grote extravertheid zal het geluk bevorderen. (Katja Uglanova, Rusland)
  • Er zijn enkele psychologische factoren die geluk duidelijk in de hand werken, onder meer extravertheid. Extraverte mensen hebben een hogere geluksscore dan introverte. (Reynaldo Alarcón, Peru)
Dat is niet zo leuk om te lezen voor mensen die eerder introvert zijn, zoals ik. Er zijn in het boek veel onderzoekers die niets zeggen over dit aspect, en dat is mogelijk geruststellend. Er is zelfs een onderzoeker die schrijft:
Onderzoekers hebben vastgesteld dat extraverte mensen gelukkiger zijn dan introverte. Toch ben ikzelf introvert, maar niet ongelukkig. (Marek Blatny, Tsjechië)
Ondertussen heb ik het recente boek 'Quiet. The Power of Introverts in a World That Can't Stop Talking' van Susan Cain gelezen. Het is een zeer interessant boek over de kenmerken van introverte en extraverte persoonlijkheden. Het is duidelijk dat de termen 'introvert' of 'extravert' niet voor iedereen hetzelfde betekenen.

Ik heb wel begrepen dat extraverte mensen een aantal zaken prettig vinden die door introverte mensen niet zo ervaren worden, en omgekeerd. Een avondje alleen, een rustig weekend niets doen kan voor een introvert zeer deugddoend zijn, terwijl dat voor een extravert minder het geval zal zijn. Dat betekent dus ook dat de extraverte onderzoeker een avond feesten met veel vrienden hoger zal plaatsen op de score van geluk dan een introverte dat zou doen. Het geluksonderzoek is dus in een aantal gevallen eventueel bevooroordeeld door de persoonlijkheid van de onderzoeker.

Het is natuurlijk ook mogelijk dat een aantal onderzoekers ervan uitgaat dat extraversie te maken heeft met persoonlijkheid (= aangeleerd gedrag) en niet met temperament (=aangeboren). Dat is niet correct, het is duidelijk dat je geboren wordt als (eerder) introvert ofwel als (eerder) extravert. In eerder extraverte landen (zoals de Verenigde Staten) wordt introversie soms als een afwijking of een pathologie beschouwd die je zoveel mogelijk moet afleren. Zo'n ingesteldheid heeft zeker een effect op de vraag hoe je gelukkig kan worden.

Ik heb dus niet enkel de teksten van de verschillende onderzoekers gelezen in het boek van Leo Bormans, maar heb ook gekeken naar hun land van herkomst en hun opleiding en beroep. Omdat ik daarin soms een aanwijzing vond over het waarom van hun opvattingen.

Uiteindelijk vind ik dat de bijdragen van de Belgen tot de beste van het boek behoren (vooral dan die van Peter Adriaenssens en Philippe Van Parijs). Ik kan niet anders dan toegeven dat dit misschien een geval is van bevooroordeeld zijn. Wat me toch doet besluiten dat een mens gelukkiger is als hij thuis is, omringd door mensen die ongeveer dezelfde waarden delen. Of zou een extravert daar anders over denken ?



Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :