zaterdag 11 september 2010

Geluk is voor egoïsten

Een tijd geleden schreef ik hier iets over die bekende toespraak van Robert Kennedy uit 1968, waarin hij scherpe kritiek uit op het Bruto Nationaal Product (BNP):
It measures everything, except that which makes life worthwhile.
Ook Nic Marks citeert deze uitspraak van Robert Kennedy in zijn speech van enkele maanden geleden, te bekijken op TED.


Hij is een wetenschapper die op zoek gaat naar geluk. Hij vertelt in het filmpje welke landen gelukkig zijn (Costa Rica bijvoorbeeld), en zoekt natuurlijk ook uit waarom dat dan zo is. Eigenlijk is het niet netjes dat ik hier zomaar het einde van het filmpje verklap, waar hij vijf sleutels naar geluk 'weggeeft' :
1. Connect
2. Be active
3. Take notice
4. Keep learning
5. Give
We willen allemaal gelukkig zijn worden, maar niet hier en niet nu. Eerst moeten we werken, geld verdienen, een huis bouwen, kinderen kopen, de toekomst veilig stellen, verantwoordelijk zijn, ....

Thomas d'Ansembourg zegt het nog straffer : we zijn meesters in het saboteren van ons eigen geluk.

Vandaag staat in De Standaard een interview met Leo Bormans. Hij publiceert volgende week een dik wetenschappelijk boek over het geluk : 'The World Book of Happinness'. Opnieuw veel informatie over factoren die al dan niet de mensen gelukkig kunnen maken.

Geluk ? Vergeet het maar, geluk is onbereikbaar zolang je vindt dat het voorbehouden is voor kinderen en egoïsten. Succes met je Bruto Nationaal Product !



Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

woensdag 1 september 2010

On ne cherche pas à guérir

Eigenlijk willen we allemaal een beetje aandacht, en als het kan mag het zelfs wat meer zijn. "Hou van mij !" staat er geschreven in onze ogen, maar we weten het goed te verstoppen. We zijn zelfverzekerd en sterk, en kunnen ongeveer heel de wereld aan. Tot er iets kraakt, breekt, plots of langzaam.

Xavier Emmanuelli, medestichter van Artsen zonder Grenzen (Frankrijk) en directeur van de SAMU (urgentiedienst) Social in Frankrijk schrijft er iets over in 'La fragilité, faiblesse our richesse?'.
En tant que médecin, j'ai souvent pu être un témoin privilégié de ce qu'était la fragilité humaine. Quand j'étais appelé au chevet des malades, c'était souvent un grand moment de vérité. Lorsqu'une personne souffre, il y a une faille qui s'ouvre, et la personne se livre. Le privilége du médecin, c'est de pouvoir prendre des raccourcis pour gagner le coeur des gens, qui d'habitude se protègent. la souffrance expose et l'être qui souffre demande à être aidé, il n'a plus ce vernis de la surface sociale, il n'est plus qu'un être fragile qui s'abondonne à celui qui peut l'aider.
En wat verder zegt hij nog treffend :
On ne cherche pas à guérir, on cherche surtout à être soigné.
We zijn niet op zoek naar genezing, we zijn vooral op zoek naar verzorging. En de verzorger wil ook vaak eerder verzorgen dan genezen...


Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

maandag 30 augustus 2010

Sociale economie

Al meer dan tien jaar brengen we onze vakanties door in Frankrijk, meer bepaald in de Morvan, een streek in het midden van de regio Bourgondië. Sedert 1970 is de Morvan erkend als regionaal natuurpark van 290.000 ha en 117 gemeenten.

Deze erkenning betekent dat er beperkingen zijn inzake economische / industriële activiteit: de natuur moet beschermd worden. Voor de toerist is dit natuurlijk interessant, maar de streek moet ook economisch leefbaar kunnen blijven. Dit is geen eenvoudige oefening voor de klassieke economie.

Elena Lasida, over wie ik een vorig stukje al iets schreef, is expert op het vlak van sociale economie, een economie met aandacht voor 'fragilité', voor plaatsen en situaties die breekbaar zijn of gebroken zijn. De Morvan is volgens mij een 'breekbare' regio. Hoe kan economie 'sociaal' worden ? Door met subsidies te werken ? Of moeten we spreken over een ander soort economie ?
En effet, le social peut être intégré comme simple contrainte supplémentaire, et donc réduit au statut d'externalité, ou bien il peut interroger la nature même de l'économie. Dans le premier cas, on reste dans une approche réparatrice de la fragilité; dans le second, la fragilité permet de concevoir autrement l'économie: elle devient facteur de médiation sociale plutôt que seul moyen d'allocation de ressources. Le social ici n'est pas une externalité mais il apparaît au coeur même de l'action économique. L'économie n'est plus simplement un moyen de distribuer les biens en fonction des besoins, elle deveint une manière de penser et de faire société.
Het geld van de Europese Unie is waarschijnlijk méér dan welkom als ondersteuning. Maar het is geen 'reparatie'-geld, het is bedoeld om de streek een ontwikkeling te geven, om gezamenlijk vooruit te gaan met respect voor de natuur, eerder dan om individuen rijk te maken.


Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

woensdag 25 augustus 2010

De grens over.

De vakantie is voorbij, we zijn terug in eigen land. We moeten nooit ver rijden om in een ander land terecht te komen. De grens is nergens veraf. Grenzen zijn voor Vlamingen een vertrouwd gegeven. Ze roepen niet zo veel emoties meer op. Dat was vroeger wel anders, en voor heel wat mensen in verre landen zijn het nog steeds echte barrières.

Tijdens de vakantie kocht ik in Dijon een boek 'La Fragilité, faiblesse ou richesse ?'. Elena Lasida, één van de auteurs, schrijft hoe voor haar, afkomstig uit Uruguay, een grens 'un lieu de fragilité' is, een plek van kwetsbaarheid.
Notre identité est marquée par l'expérience de la frontière, or celle-ci est toujours un lieu de fragilité, car lieu d'exposition et de limite. La frontière peut autant séparer que relier, enfermer qu'ouvrir, exclure que faire passage. La frontière est à la fois menace identitaire et promesse de renouvellement.
Een grens is begrenzing, blootstelling. Een grens kan afscheiden en verenigen, afsluiten en opening zijn, buitensluiten en doorgang betekenen. Een grens is bedreigend voor onze identiteit en belofte van vernieuwing.

Voor ons als Belgen zijn dit woorden die iets méér betekenen: ons land is niet alleen omringd door grenzen vlakbij, maar het wordt ook zelf doorkliefd met grenzen...

-----

Als we dan tijdens onze vakantie een tijdje in een ander land gaan wonen, dan kunnen we opnieuw die 'fragilité' ervaren. Want het kan er zo anders zijn, zowel in kleine details als in de manier waarop de samenleving er georganiseerd is. Moeten we die kwetsbaarheid ontlopen ? Of kan ze ook een bepaalde sterkte inhouden ? Elena Lasida schrijft over haar ervaring met het wonen in een ander land, in Frankrijk :
La confrontation avec l'autre différent permet de se découvrir soi-même autrement. Or, la différence culturelle est toujours un lieu de fragilité, car c'est un lieu de remise en question de ce qui était vécu comme naturel et spontané (...). La différence dérange et menace. Et pourtant, c'est elle qui permet vraiment de se connaître, de se reconnaître et de se renouveler.
Tja, reizen is dus niet alleen nuttig om andere culturen, maar misschien nog meer om onszelf te leren kennen.

zaterdag 31 juli 2010

Slechts één ding is nodig

Twee zussen, niet getrouwd, wonen samen. U kent er misschien ook wel een paar. Hoe gaat dat, als ze iemand uitnodigen om te blijven eten?

Bekende zussen zijn Marta en Maria. Tweeduizend jaar geleden beschreef Lucas wat er gebeurde toen Jezus bij hen werd uitgenodigd. Nog steeds is het een verhaal dat weerstand opwekt, zeker bij wie graag mensen ontvangt.

Op hun reis ging Hij een dorp in. Een vrouw, Marta genaamd, ontving Hem. Zij had een zuster die Maria heette. Die kwam aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. Marta had het heel druk met bedienen. Ze ging naar Jezus toe en vroeg: ‘Heer, laat het U koud dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg haar dat ze mij komt helpen.’ De Heer gaf haar ten antwoord: ‘Marta, Marta, je maakt je bezorgd en druk over van alles, maar slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen en dat zal haar niet worden ontnomen.’

Wat opvalt is dat Marta op de eerste plaats staat: het is Marta die Jezus ontvangt. Het is Marta die een zus heeft. Zelfs het huis is van Marta (in de Franse tekst staat: une femme du nom de Marthe le reçut dans sa maison). De toon is gezet.

De positie van Marta brengt blijkbaar bepaalde verplichtingen mee: ze had het heel druk met bedienen, ze werd er helemaal door in beslag genomen (accaparée staat er in het Frans) . En vanaf dat ogenblik loopt het mis.

Het zorgen voor eten en drank is geen vrije keuze, het is voor Marta een verplichting. Ze is er van overtuigd dat het zo hoort, het zo moet. Als je gasten ontvangt moet er eerst gewerkt worden, dat is de regel die Marta volgt.

En er is nog een regel die hoort bij het ontvangen van gasten in het huis van Marta. Haar zus moet helpen bij het werk van bedienen, bij de zorg voor eten en drank. Marta neemt het initiatief, Maria helpt, zo hebben ze elk hun plaats.

Bovendien is het ook de gewoonte dat de gast alle aandacht geeft aan de vrouw die ontvangt, aan Marta dus.

Je ziet de bui dus al hangen: Marta doet wat ze moet doen, maar de twee andere personages gedragen zich niet volgens haar de regels. Dat is voor haar erg lastig. De taakverdeling is zo opgebouwd dat elk een deel van de lasten moet dragen. Dat patroon - het is niet eerlijk dat ik méér lasten zou moeten dragen dan jij - evenredigheid - is voor Marta blijkbaar zeer belangrijk. En niet alleen voor haar: de meeste mensen leven en werken volgens dat patroon.

Marta wordt boos, ze is haar blijdschap bij het ontvangen van een gast totaal vergeten. Ze is niet alleen boos op haar zus, ze is zelfs boos op de gast zelf. Ze stuurt hem een verwijt: Laat het u koud dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? De vreugde om een gast te mogen ontvangen is totaal verdwenen.

Jezus kan moeilijk anders dan er iets op te zeggen: Je maakt je bezorgd en druk over vele dingen, maar slechts één ding is nodig.

Wat zou dat dan wel zijn, dat één ding? Aandacht voor de gast. Dat was Marta even vergeten. Ze maakte zich druk over haar positie, over de regels die zij wél volgde maar de anderen niet.

Gastvrijheid toont zich op verschillende manieren. De gast iets te eten en te drinken geven, dat is één manier. Luisteren naar zijn verhaal is een andere manier. Uiteindelijk is het de bedoeling dat de gast alle aandacht krijgt, centraal mag staan.

De vertaling in het Frans van het woord gast is hetzelfde als van het woord gastheer: hôte. Misschien geeft ons dat een hint: er is pas echte gastvrijheid als de gast ook een beetje de heer mag zijn, de gast-heer.


Het schilderij is van Jan Vermeer van Delft, olie op doek, 1654-55



Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

dinsdag 29 juni 2010

Taal van het hart

Gedurende een kleine week waren afgevaardigden uit zowat alle vakbonden in de wereld in Vancouver (Canada) bijeen om afspraken te maken voor de komende vier jaren.

De aandacht van de ongeveer 1300 aanwezigen was niet enkel gericht op de vakbondsthema's. Tussen de bedrijven door was er ook veel interesse voor de wereldbeker voetbal.

Net zoals het congres is de wereldbeker voetbal een wereldgebeurtenis, is het een samenkomst van mensen uit alle hoeken van de wereld. De sfeer op beide evenementen is ook gelijkend : intensief, multicultureel, ernstig, maar ook vol van onvergetelijke contacten.

Verschillend ook: geen schare TV-zenders op het vakbondscongres, geen commerciële reclame, geen miljoenen dollar sponsorgeld.

Maar de twee evenementen hebben allicht ook gemeen dat ze een beetje 'artificieel' zijn. Niet echt. Niet zoals het normale leven van elke dag. Dat mag natuurlijk, dat is zelfs goed. We hebben er immers nood aan om af en toe wat afstand te nemen. Om een beter zicht te krijgen op wat ons bezig houdt. De bomen en het bos. Fenomenen begrijpen. Lijnen zien.

Daarvoor hebben we woorden nodig, taal. De taal van een congres is genuanceerd, overdacht, moeilijker. Want ze spreekt over mensen en hun rechten, hun ontwikkelingen, hun kansen, over de manier waarop ze kunnen samenwerken en zich organiseren. Over werk en economisch beleid, over niet uitsluiten.

De taal van de wereldbeker is heel anders. Ze is eenvoudiger, wit-zwart. Een taal van winnen en verliezen, van doorgaan of naar huis gestuurd worden. Van goed of slecht. Ze is een verdelende, uitsluitende taal.

Met welke taal gaan de meer dan duizend vakbondsmensen nu terug aan de slag als ze weer in eigen land zijn, terug in 'the real world'? Welke taal gaan ze gebruiken om de economische problemen te bespreken, om uitwegen te zoeken uit de crisis?

Zal het de taal zijn van het congres, gericht op overleg, luisteren, rekening houden, menselijkheid en respect? Of zal het de taal zijn die 's avonds en tijdens de pauzes op TV werd gebruikt, een taal van winnen en verliezen? Zal het een taal zijn van scheiden en wegzenden, of een taal van samenbrengen en verenigen?

Sta me toe om deze vraag toch te stellen, als de taal van het verstand niet dezelfde is als de taal van het hart.


Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

dinsdag 8 juni 2010

Anderen doen het ook ...

Eerlijk nadenken over het kwaad in de wereld is sedert de Holocaust niet zo eenvoudig meer. Iedereen is het erover eens dat het kwaad van de Holocaust alle denkbare perken ver te buiten is gegaan.

Het gevolg is dat het kwaad gradaties heeft gekregen. Veel kwaad krijgt vandaag een 'lichtere' kwalificatie: er is meestal wel erger kwaad te bedenken, meer zelfs, erger kwaad is realiteit geweest.

Dit is een gevaarlijke evolutie, alsof er - sedert de Holocaust - een kwaad mogelijk is dat 'niet zo ernstig is', dat misschien in bepaalde situaties te dulden is.

Het ergere kwaad - het ergste kwaad - dat anderen aanricht(t)en en/of dat we zelf hebben moeten ondergaan, wordt als excuus gebruikt om het eigen 'lichtere' kwaad te minimaliseren. Het kwaad van Abu Graib ? Vergelijk dat eens met wat in Darfour gebeurd is ! Kijk eens wat Al Qaeda met zijn gegijzelden doet !

Susan Neiman citeert in haar boek 'Morele Helderheid - Goed en Kwaad in de 21ste Eeuw' de Bulgaars-Franse criticus Tsvetan Todorov:
Joden zouden hun aandacht moeten richten op de universaliteit van de Holocaust, en Duitsers zouden hun aandacht juist moeten richten op de uniciteit ervan.
Ze verduidelijkt verder:
Als Duitsers en Oostenrijkers hun aandacht richten op genocide als universeel verschijnsel is dat een manier om hun eigen verantwoordelijkheid te ontlopen; als joden datzelfde doen, is dat juist een manier om zelf ook verantwoordelijkheid te nemen.
Neiman noemt dit de toepassing van iets wat we al op de kleuterschool leren. Niet ver van ons bed dus!
Todorovs principe is een andere manier om te zeggen dat we moreel verplicht zijn eerst onze eigen rommel op te ruimen. Of de rommel die je zusje heeft gemaakt nou groter is dan je eigen rommel of niet, in eerste instantie is dat niet jouw zaak. Het is een lesje dat we onze kinderen al vroeg (proberen te) leren.
Het is niet omdat er erger kwaad te bedenken is, dat mijn 'minder' kwaad geen kwaad zou zijn.


Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :