zondag 11 maart 2012

Waarom een blog schrijven ?

Nog enkele teksten schrijven en ik ben aan nummer 300 in deze blog. Ik vroeg me af waarom ik dat doe, regelmatig iets schrijven, en waarom ik het aan iedereen wil aanraden.

Er is één reden waarom ik het zeker niet moet doen, en dat is om succes of prestige te behalen. Het is natuurlijk heel aangenaam om te merken dat sommige teksten meer dan honderd keer gelezen (of aangeklikt ?) worden. Maar ik ben vlug tot de vaststelling gekomen dat het dan teksten zijn met een populair woord in de titel: geluk, dankbaarheid, euro, liefste. Nuchterheid is dus zeer nodig. Ik schrijf dus vooral voor mezelf.

Ik schrijf om mijn gedachten in een zin te krijgen, en als het kan nog liefst in een mooie zin. Ik denk dat het niet toevallig is dat het woord "zin" twee betekenissen heeft. Als zin in een tekst, en als synoniem voor betekenis. Gedachten blijven wazig, zinloos, zolang ze niet op papier staan. Ze krijgen zin van zodra ze in een zin gegoten zijn. Het zijn dan geen vage gedachten of gevoelens meer, het zijn woorden geworden waarmee ik verder kan.

Dat schrijven is tegelijk ook een oefening om na te gaan of wat geschreven staat juist en volledig weergeeft wat ik dacht of denk. Staat er niet te weinig ? Is het duidelijk genoeg ? Staat er niet teveel, herhaal ik misschien teveel hetzelfde ?

Schrijven is zeker een uitdaging om me te concentreren, met één zaak bezig te zijn. Aandachtig zijn met iets dat niet tastbaar is, is moeilijk zonder het hulpmiddel van het schrijven. Door het schrijven ben ik verplicht om geconcentreerd over iets na te denken, zonder mogelijkheid om af te dwalen. De wisselwerking tussen de materiële act van het schrijven en het geconcentreerd nadenken leidt tot een resultaat. Nadenken zonder schrijven verdwaalt vlug langs onbedoelde wegen. Het schrijven houdt me op de gedachten-weg die ik wil gaan, en brengt me meestal verder dan ik verwacht had, tot nieuwe inzichten.

Het schrijven helpt ook het denkproces verder vooruit, omdat de geschreven zinnen gekristalliseerde gedachten zijn geworden.  De gedachten zijn tastbaar materiaal geworden waarmee ik verder kan bouwen, waaraan iets kan groeien.

Wat ik genoteerd heb onthoud ik ook beter, ik kan het gemakkelijker vasthouden dan een gewone gedachte die opkomt en wat later weer vergeten is.

Al die teksten die ik ondertussen geschreven heb worden stilaan een kaart van wat ik belangrijk vind. Na tien of twintig blogs is dat niet duidelijk. Na honderd of tweehonderd blogs begint er zich al iets af te tekenen. Thema's die terugkomen, dingen die me aan het hart liggen en die ik wil vasthouden. De puntjes worden patronen, de cirkels worden duidelijk. Mijn hoofd wordt stilletjes aan ontsloten, met elke tekst komt er wat meer van mezelf, voor mezelf, in het daglicht te staan. 

Al schrijvend slaag ik er in om mezelf beter te lezen.


Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

zondag 4 maart 2012

Elkaar weer in de ogen durven kijken

Gelukkig zijn het niet alleen veel geld verdienende CEO's die na hun pensioenleeftijd nog doorgaan met werken, en in hun geval verder het kapitalisme willen dienen.

Er zijn ook nog mensen als Gerard Mortier, operadirecteur in Madrid, 68 jaar en still going further. Geen veelverdiener, maar wel een ijveraar voor cultuur en een pleiter voor een waarachtig Europees project. Ik lees in De Tijd van vandaag dat hij op 24 maart in de Beursschouwburg een lezing geeft over de rol van intellectuelen in de maatschappij. Dat dus ook, en ik bedenk dat het cruciaal is, des te meer omdat hij ook zegt:
Intellectueel is een scheldwoord geworden, maar we moeten ons roeren en standpunten blijven innemen. Als kunstmaker zie ik het als mijn plicht mijn bijdrage te leveren, al is die misschien bescheiden. Want alles wat zich in een samenleving niet tot kunst ontwikkelt, verdwijnt.
Beslist wil hij geen kunstpaus genoemd worden.
De paus vertegenwoordigt in mijn ogen twee dingen waar ik radicaal tégen ben: dogmatisme en onfeilbaarheid.
Hij heeft ook ernstige vragen bij de miljoenen die vandaag op Twitter en Facebook denken te communiceren.
Iedereen roept, maar niemand luistert naar de ander. De zindelijkheid van het luisteren gaat verloren. We luisteren naar muziek terwijl we mails sturen én autorijden. Ik heb mijn medewerkers in de opera een verbod opgelegd - op straffe van degradatie - om mails te sturen over werkgerelateerde zaken. Ik wil dat ze aan elkaars bureau gaan staan en elkaar weer in de ogen durven te kijken.
Ga daar maar even over nadenken. Dat doe je als je persoonlijke contacten, spreken en luisteren echt belangrijk vindt. Nog eens wat anders dan een e-mail-loze vrijdag.

Hij eindigt het interview met een goede raad.
Ik lees voortdurend omdat ik voorzichtig wil zijn in het meedelen van mijn oordelen. Anders verval ik in cafépraat. En die wordt al genoeg verkondigd, te beginnen op het internet.




Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

zaterdag 3 maart 2012

Verandering en duurzaamheid

Mijn vader heeft nog zijn ganse loopbaan doorgemaakt bij één werkgever. Voor mij is dat niet het geval, en voor mijn vrouw evenmin. Ik denk dat het vandaag zelfs eerder een kneuterige indruk geeft als je maar één werkgever kan vermelden op je CV.

Verandering is een veel belangrijker deel van ons leven geworden, vergeleken met vroeger. Inzake ons werk is het een uiterst belangrijk kenmerk geworden. Het is bijna een doel op zich geworden, want stilstand is achteruitgang. Verandering is per definitie gelijk aan verbetering - dat is vandaag de boodschap.Wie tevreden is met hoe het nu gaat heeft het niet begrepen en zal zeker nooit vooruitgang maken.

Ondernemingen moeten dus constant veranderen, aantonen dat ze met vernieuwing en verbetering begaan zijn. Er wordt dus veranderd dat het een lieve lust is: nieuwe strategie, nieuwe naam, nieuwe eigenaar, nieuwe afzetmarkten, nieuwe producten, nieuwe afdelingen. Want nieuwe bezems vegen goed... 

Door deze woorden te gebruiken maak ik het een beetje belachelijk, en misschien is het dat wel ook. Maar om dat te counteren zijn er andere woorden bedacht voor dit proces. Innovatie is een veel leuker woord dan verandering. Flexibiliteit is ook een woord waar een normaal mens niet tegen kan zijn. En omdat die verandering niet zo eenvoudig te implementeren is, is er nood aan een change management.

We hebben nooit goed geweten wat de toekomst zal brengen maar vandaag is het extreem moeilijk. Er kan dus enkel een beleid gevoerd worden op korte of zeer korte termijn. Uitzendarbeid en tijdelijke contracten hebben bijgevolg veel succes. En zelf zijn we ook geregeld op zoek naar nieuwe uitdagingen, nieuwe horizonten.

Steeds meer mensen hebben zich aangepast aan dit constante veranderen. Velen hebben hun succes gebouwd op hun vermogen om goed te functioneren in chaotische omstandigheden en met gemak een streep te trekken door activiteiten en organisaties. De besten mogen elk jaar in januari in Davos gaan paraderen.
Dit veranderingsdenken heeft zich uitgespreid over alle aspecten van de samenleving. Het is een deel geworden van ons karakter, van onze persoonlijkheid. We zijn er met zijn allen van overtuigd geworden dat verandering noodzakelijk is, en dus aanvaard moet worden als iets goeds. De natuur zelf is trouwens in constante verandering.

Het gevolg is dat we met zijn allen vergeten zijn dat niet alles gediend is met verandering, dat duurzaamheid eveneens een erg belangrijke kwaliteit is in de samenleving. De relaties tussen mensen kunnen niet gebaseerd worden op constante verandering. Hechte relaties, niet enkel in het gezin, tussen man en vrouw, tussen ouders en kinderen, maar ook tussen vrienden, zijn fundamenteel gebouwd op duurzaamheid, op lange termijn, op trouw.

Relaties tussen mensen kunnen enkel kwaliteitsvol zijn indien duurzaamheid hun finaliteit is. Dan pas kan er vertrouwen ontstaan die noodzakelijk is om vlotte en vruchtbare samenwerking mogelijk te maken. Ook in ondernemingen en organisaties is vertrouwen noodzakelijk. Dat vertrouwen kan enkel ontstaan in een denken en handelen dat gericht is op langere termijn, op duurzaamheid, op kwaliteitsvolle relaties met collega's, klanten en leveranciers. Dat vertrouwen verdwijnt volledig als de korte termijn en de voortdurende verandering het leidende principe zijn geworden. 

Ik denk dat vele mensen in de knoei geraken ofwel thuis ofwel op het werk door deze fundamenteel andere ingesteldheid die van hen verwacht wordt. Thuis moeten de relaties gekenmerkt worden door duurzaamheid, trouw en lange termijn betrokkenheid, op het werk zijn de relaties liefst gebaseerd op flexibiliteit, verandering, korte termijn en wantrouwen. De politiek is ook een voorbeeld geworden van korte termijn denken en verandering. En daarbovenop is ons consumptiegedrag ook heel grillig en gericht op verandering en vernieuwing, liever dan op duurzaamheid en hergebruik.

Als ons geluk en de kwaliteit van ons leven voor een groot deel gekenmerkt wordt door de kwaliteit van onze relaties, dan is het nodig om het aspect duurzaamheid veel meer te benadrukken. Ik heb de indruk dat de beste ondernemingen en organisaties dit ook begrijpen. Ik hoop dat ze veel navolging krijgen.

(Deze tekst is geïnspireerd op het boek 'De flexibele mens. Psychogram van de moderne samenleving' van Richard Sennett, oorspronkelijke titel: 'The Corrosion of Character', uit 1998. Ik heb het boek vorige week gekocht in Televil, de kringloopwinkel van Vilvoorde, voor 1 euro. Het boek stond vroeger in de openbare bibliotheek van Machelen en heeft een grote stempel: AFGEVOERD. U begrijpt dat dit niet doelt op de inhoud van het boek...)


Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

zondag 5 februari 2012

Economie of samenleving ?

Dit weekend staat Paul Verhaeghe, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Gent, tweemaal te lezen in mijn krantenlectuur. Hij komt aan het woord in Vacature, in een artikel over antidepressiva. En in De Standaard staat een essay van zijn hand over het neoliberalisme, een gif dat volgens hem het slechtste in ons naar boven haalt. Het één als oorzaak van het ander.

Verhaege vertrekt van de vaststelling dat de economie heel ons leven en de volledige maatschappij is gaan bepalen. Alle andere aspecten die vroeger even belangrijk waren - politiek, religie, cultuur - zijn er ondergeschikt aan geworden. Het gedrag van de mensen individueel en van de samenleving wordt volledig bepaald door economische drijfveren. Elke dag maken we keuzes en nemen we beslissingen. En het doorslaggevende criterium daarbij is vandaag bijna altijd economisch, winst, profijt. Verhaeghe schrijft:
Solidariteit wordt een kostbare luxe en moet de plaats ruimen voor tijdelijke coalities met als voornaamste zorg dat men er meer winst uit haalt dan de anderen.
Dat dit niet zonder gevolgen is gebleven is duidelijk:
Diepgaande sociale banden met collega's zijn daardoor uitgesloten, een emotionele betrokkenheid bij het werk zelf is er nog nauwelijks en al helemaal niet meer bij het bedrijf.
Who needs me ? Voor een groeiende groep is het antwoord: niemand. Je telt enkel mee als je succes hebt. Dat is de boodschap die onze kinderen op school horen.
Vacature stelt de vraag hoe het komt dat zoveel mensen anno 2012 aan de antideprissiva zitten? In 2009 slikten meer dan 1 miljoen Belgen antidepressiva. Verhaeghe:
Veel mensen hebben nog heel weinig greep op hun werk. Zodra je mensen hun autonomie afneemt en hen puur op te halen cijfertjes beoordeelt, en dus een cultuur creëert waarbij iedereen elkaars concurrent wordt, dan ontwikkelen mensen sociale angsten, gaan ze vereenzamen. (...) Ze hebben er alle belang bij om een soort objectieve verontschuldiging te vinden in een of ander ziektelabel dat hen vrijpleit. Pillen nemen is een verontschuldiging: 'Ik ben ziek, er scheelt iets in mijn hersenen.'
Hoe moet het dan anders worden? Verhaeghe zegt:
We zijn alleen maar consumenten, we moeten opnieuw burger worden.
Sleutelbegrip is daarin de zorg voor zichzelf. Niet in de prestatiegedreven consumentenbetekenis van het woord, wel in de klassieke zin. Een dergelijke zorg komt steevast neer op matiging en moed, waardoor men geen slaaf is van het eigen lichaam noch van de ander. Op dat vlak inleveren betekent kiezen voor het goede leven, ook voor de anderen, want een dergelijke zorg voor zichzelf is een stevige basis voor burgerschap.


Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

zondag 15 januari 2012

Een weekendje geluk

Dankzij De Standaard mogen we dit weekend ongegeneerd met ons geluk bezig zijn. We mogen herinneringen ophalen aan de momenten dat we gelukkig waren zonder het verwijt te krijgen dat we wereldvreemde softies zijn. Het is ons toegelaten om te beseffen dat we niet echt gelukkig zijn, maar dat er toch nog hoop is. Een diepe vreugde mag in ons overstromen zonder dat we dat gevoel moeten verbergen.

Er is het boek van Leo Bormans dat alle wereldleiders cadeau kregen, 'Geluk. The World Book of Happiness', en dat we met een bon uit dezelfde krant in de komende dagen in de boekenwinkel met ongeveer dezelfde naam gratis mogen ophalen. Van geluk gesproken !

In een speciale bijlage over Geluk krijgt Inge Vervotte als eerste op twee pagina's het woord. Dat is niet verwonderlijk. Er zijn niet veel mensen bij wie je kan zien dat er een grote dosis echt geluk in hun lijf zit. Bij weinig mensen is het ook aan hun buitenkant te merken, in hoe ze zich gedragen, in hoe ze spreken, dat ze profondément gelukkig zijn. Niet dat er geen ongeluk of tegenslag hun deel is geweest, integendeel allicht. Echt geluk, dat ziet men, dat straalt uit.

De redacteurs van De Standaard krijgen ook een halve kolom om over hun geluk iets te schrijven. Joël De Ceulaer laat Het Gelukkig Zijn vlakaf over aan zijn dochter. Hij noemt het meligheid.

Een ganse reeks van zijn collega's vond geluk, elders, op een reis, in de natuur. Of verbond het aan een bepaalde gebeurtenis. Waarmee misschien bevestigd wordt dat het geluk met toeval te maken heeft, en niet zo zeer met een eerder permanente toestand. Voor deze redacteurs althans, want hun verhaal is niet het verhaal van Inge Vervotte.

Ik maak een uitzondering voor Dorien Knockaert, haar tekst is anders.
Geluk is een ui uit de kelder halen en weten dat er geen weg terug is.
De ui zal naar een schone snijplank en een scherp mes moeten. Naar een zware afgeleefde pan en hete olijfolie. Ze zal mijn vingers naar de zoutpot leiden en mijn blik door de koelkast laten dwalen: wat doen we vandaag allemaal bij de ui? Ze zal mijn neus naar de kookdampen trekken en mijn gedachten laten glijden over al die andere keren dat ik begon met een ui.
Misschien is het de tijd die de ui afdwingt, de rustige concentratie. Misschien zijn het de goede zorgen: de boer die de ui plantte, mijn ouders die me een ui leerden stoven, en ik die dat allemaal kan voortzetten voor iemand die straks samen met mij wil eten.
Misschien is het het samenvallen van elke vezel in mijn lijf en mijn leven: mijn handen, mijn hoofd, mijn zingtuigen, het huis, het seizoen, de liefde, het land. En dan mag dat ook nog eens in mijn krant.
Geluk heeft niet veel zoveel te maken met wat je doet. Geluk heeft vooral te maken met hoe je het doet. Je hebt er weinig voor nodig. Zorgzame aandacht. Voor wat zich rond jou bevindt, mensen en dingen. Dat volstaat. Met het besef dat het nooit volledig lukt, maar met de vreugde dat het dikwijls wel kan.




Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

woensdag 28 december 2011

Onsterfelijkheid

Het jaar loopt ten einde, er zijn nog slechts enkele dagen over. Daarna is het gedaan met 2011, het jaar komt niet meer terug. We kunnen er nog over vertellen, we hebben nog herinneringen, maar het is voorbij. Gelukkig weten we dat er dan een nieuw jaar komt, en we zullen het feestelijk inzetten. Zonder enige droefenis – doorgaans toch – nemen we afscheid van het oude jaar, net zoals we zonder enige angst – doorgaans toch – het nieuwe jaar beginnen.

Het gebeurt echter ook vaak dat we een periode met spijt afsluiten, of met enige onzekerheid en angst een nieuwe periode beginnen. De zomervakantie bijvoorbeeld, als die gedaan is zit er wat treurnis in mijn hoofd. De jaren van onze schooltijd waren op een dag voorbij. De eerste werkdag sluit een levensperiode af, met een dosis twijfels begint een nieuwe tijd. Trouwen is ook zowel het einde van een periode als een nieuw begin.

Zo zit uiteindelijk ons leven vol met einde en nieuw begin. We zijn er ons meestal niet van bewust, het gaat automatisch. Het verandert ons wel telkens weer. We zijn niet meer het kind dat naar school gaat. We zijn niet meer de jonge snaak die de wereld verovert. Met ons eerste kind worden we plots vader – er is niet alleen een nieuw kind, maar ook een nieuwe vader. Een oud leven is afgeschud, een nieuw leven begint.

Sommige veranderingen beleven we heel bewust en zijn niet gemakkelijk. De eerste keer dat ik vijf kilometer kon lopen was ook voorafgegaan door een aantal keren sterven. De eerste keer op het podium voor de auditie blokfluit was ook sterven. Sommige veranderingen zijn bruusk, niet zelf gekozen, en gaan gepaard met spijt en verdriet over iets dat voorgoed voorbij is of verloren is, met angst en onzekerheid over hoe het nu verder moet. Iedereen kan er wel voorbeelden bij bedenken.

Leven is dus haast een aaneenschakeling van sterven en opnieuw leven, een telkens overstijgen van het sterven, een proeven van een zekere onsterfelijkheid. Marc de Smedt citeert in zijn boek Eloge du silence de Roemeense auteur en filosoof Mircea Eliade:
Si l'on connaît déjà la mort ici-bas, si l'on meurt d'innombrables fois, continuellement, pour renaître à autre-chose, il s'ensuit que l'homme vit déjà ici-bas, sur la terre, quelque chose qui n'appartient pas à la terre, qui participe au sacré, à la divinité, il vit, disons, un commencement d'immortalité, il mord de plus en plus à l'immortalité. Par conséquent l'immortalité ne doit pas être conçue comme une survivance post mortem, mais comme une situation qu'on se crée continuellement, à laquelle on se prépare et même à laquelle on participe dès maintenant, dès ce monde-ci. La non-mort, l'immortalité doit être conçue alors comme une situation-limite, situation idéale vers laquelle l'homme tend de tout son être et qu'il s’efforce de conquérir en mourant et en ressuscitant continuellement.
Misschien kan dit besef van steeds opnieuw een beetje sterven en nieuw leven ons helpen om op een rustige manier te kijken naar ons finale eindpunt, dat allicht ook een nieuw begin betekent.

Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :

dinsdag 27 december 2011

Middagdutje

Wie vroeg opstaat heeft na het middageten wel eens de behoefte om de ogen te sluiten. Ik heb die praktijk voor mezelf – voor mijn huisgenoten – een naam gegeven: mijn oefeningen doen. Met de bedoeling het enig sérieux te geven. Alsof het een doktersvoorschrift is. Ik moet er niet voor gaan liggen, een comfortabele zetel is prima, een gewone stoel volstaat in vele gevallen ruimschoots. De ogen twintig minuten sluiten: Augenpflege noemt onze Duitse vriend het.

Het past niet overal, heb ik gemerkt. Een vergadering op het werk is geen geschikt moment. En het familiefeest moet in beperkte kring zijn opdat het geduld zou worden.

Marc de Smedt citeert in zijn boek “Eloge du silence” hoe de schilder Salvador Dali een korte maar doeltreffende siësta beschrijft. Dali beveelt aan om zich comfortabel in een zetel te installeren, de handen hangend over de leuningen. Tussen duim en wijsvinger van de linker hand hou je een sleutel vast, voldoende zwaar. Onder de sleutel op de grond heb je het schoteltje gezet van de koffie die je net gedronken hebt. En daarna kan het gebeuren :
Vous n'aurez qu'à vous laisser envahir progressivement par le sommeil serein de l'après-midi, comme la goutte spirituelle d'anisette de votre âme montant dans le cube de sucre de votre corps.
Wat een beschrijving ! 

Als de sleutel van tussen je vingers valt zal het geluid op het schoteltje je zeker wakker maken, en je kan gerust zijn dat het op het juiste moment is gebeurd, net toen je de overgang gemaakt had tussen bewustzijn en slapen. Meer is er niet nodig om weer klaar te zijn voor de rest van de namiddag.

Er zou een Engels woord bestaan voor dit wonder: a powernap. Nee, daarmee hoeft het niet voor mij. Met zo'n woord lijkt het alsof je er een inspanning voor moet doen. Geef mij dan maar wat Augenpflege.


Misschien vind je de volgende teksten ook interessant :